Deelnemingsvrijstelling

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Deelnemingsvrijstelling

Uitgangspunt is dat ieder bedrijf zelfstandig belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting (tenzij sprake is van een fiscale eenheid). Uw bedrijf moet dus vennootschapsbelasting betalen. Als u een dochteronderneming hebt, wordt bij deze onderneming ook vennootschapsbelasting betaald. Als de dochteronderneming winsten uitkeert aan de moedermaatschappij nadat er belasting over is geheven bij de dochter en hierover zou weer belasting betaald moeten worden bij de moedermaatschappij, zou dat betekenen dat uw bedrijf tweemaal belasting betaalt over hetzelfde, of dat uw bedrijf tweemaal verlies neemt over hetzelfde. Dit is natuurlijk ongewenst en daarom heeft de wetgever de deelnemingsvrijstelling geïntroduceerd.

In dit document bespreken we de volgende onderwerpen:

1. Deelnemingsvrijstelling in het kort
2. Wanneer is er sprake van een deelneming?
3. Wat is een laagbelaste beleggingsdeelneming?
4. Wat valt onder de deelnemingsvrijstelling?
5. Liquidatieverlies van een deelneming
6. Fusie en splitsing
7. Compartimentering

1. Deelnemingsvrijstelling in het kort
De deelnemingsvrijstelling zorgt ervoor dat winsten (voordelen) niet dubbel belast worden. Met andere woorden: de deelnemingsvrijstelling regelt dat de door de dochtermaatschappij uitgekeerde winsten bij de moedermaatschappij wordt vrijgesteld. Het voorkomt dus dat dezelfde winst binnen uw concern tweemaal wordt belast. Naast de winsten vallen ook de verliezen van de dochtermaatschappij onder de deelnemingsvrijstelling. Het voorkomt dus ook dat de verliezen dubbel worden genomen.

2. Wanneer is er sprake van een deelneming?
In de wet wordt aangegeven wanneer er sprake is van een deelneming. Als uw onderneming/vennootschap aandelen houdt in een andere vennootschap, waarbij de aandelen van uw onderneming minimaal 5% vertegenwoordigen van het nominaal gestorte kapitaal van een aandelenvennootschap, dan is er in principe sprake van een deelneming.

3. Wat is een laagbelaste beleggingsdeelneming?
Hoewel uw bedrijf een deelneming heeft, kan het toch zijn dat de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing is op deze aandelen/deelneming. De reden hiervoor is dat de deelneming die uw bedrijf heeft een beleggingsdeelneming is. Dit wordt ook wel een niet-kwalificerende beleggingsdeelneming genoemd. De reden dat de overheid de deelnemingsvrijstelling hier niet van toepassing acht, is omdat ze de verplaatsing van mobiel kapitaal naar laagbelaste jurisdicties wil ontmoedigen. Als uw bedrijf een deelneming heeft in een in land X bevindende vennootschap waar de vennootschapsbelasting slechts 1% is, betaalt die vennootschap slechts € 1 belasting over € 100 winst, terwijl in Nederland € 25 betaald had moeten worden over € 100 winst. Dit zou zulke landen met lage belastingtarieven gunstiger maken dan Nederland en daarom is de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing op zulke niet-kwalificerende beleggingsdeelnemingen. Of uw deelneming een kwalificerende beleggingsdeelneming is of niet, kunt u het beste na laten gaan bij uw fiscaal adviseur, omdat er een aantal toetsen is waaraan getoetst moet worden, zoals de oogmerktoets, de onderworpenheidstoets en de bezittingentoets. Verder is ook jurisprudentie van toepassing, wat het weer een stukje lastiger maakt.

4. Wat valt onder de deelnemingsvrijstelling?
In beginsel houdt de deelnemingsvrijstelling in dat alle met de deelneming behaalde winsten en verliezen onbelast of niet aftrekbaar zijn bij de moedermaatschappij.

5. Liquidatieverlies van een deelneming
Eerder hebben we gezegd dat de verliezen vanwege de deelnemingsvrijstelling niet aftrekbaar zijn bij de moedermaatschappij. Hierop is de liquidatieverliesregeling een uitzondering. Als uw dochteronderneming wordt geliquideerd is een eventueel verlies onder bepaalde voorwaarden en beperkingen wél aftrekbaar. De wetgever heeft dit mogelijk gemaakt, omdat u anders voorgoed de mogelijkheid verliest om verliezen van de deelneming te compenseren met uw winsten.

6. Fusie en splitsing
Als er sprake is van een aandelenfusie, juridische fusie of juridische splitsing, spelen een aantal artikelen van de Wet Vpb een rol, onder andere bij de waardering van de al dan niet ontstane deelneming.

7. Compartimentering
Het is mogelijk dat de deelnemingsvrijstelling niet meer van toepassing is of juist van toepassing wordt en dat daarna voordelen worden behaald en/of kosten worden gemaakt. Het voordeel of nadeel moet dan worden gecompartimenteerd. Dus er wordt nagegaan of het voordeel of nadeel wel of niet onder de deelnemingsvrijstelling valt. Vanaf 2015 is in de wet bepaald dat met terugwerkende kracht een (on)belaste compartimenteringsreserve moet worden gevormd bij veranderde wetgeving. Er wordt met terugwerkende kracht een onderscheid gemaakt tussen sfeerovergangen door wetgeving die vóór 1 januari 2007 plaatsvonden en sfeerovergangen door wetgeving die op of na 1 januari 2007 plaatsvonden. Er is ook een regeling in het geval uw aandeel onder de 5% daalt. Als u bijvoorbeeld eerst 8% van de aandelen hebt in een vennootschap en u verkoopt 4% van de aandelen, dan hebt u weliswaar geen 5%-belang meer, maar blijft de deelnemingsvrijstelling nog drie jaar na het tijdstip waarop het belang onder de 5% komt, van toepassing.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal


Gerelateerde nieuwsartikelen