De FIOD op bezoek

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Een onaangekondigd bezoek door opsporingsambtenaren van de FIOD kan iedere ondernemer overkomen. In de praktijk wordt niet over een bezoek gesproken, maar over een inval. Het doel van een inval is meestal het verzamelen van bewijsmateriaal en/of het aanhouden van verdachten. In dit dossier wordt beschreven hoe een inval plaatsvindt, uit welke stappen deze bestaat en wat u in welke situatie het beste kunt doen.

Inleiding

De Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) is een onderdeel van de Belastingdienst. De FIOD is geen fiscale controledienst, maar een opsporingsdienst. Wanneer de Belastingdienst controles uitvoert bij belastingplichtigen hoeft men zich over het algemeen niet direct zorgen te maken. Wanneer de Belastingdienst echter de FIOD inschakelt en er dus sprake is van opsporing (van frauduleuze zaken), zal men zich wel zorgen moeten maken. In dat geval is er meer aan de hand.

De FIOD beoordeelt of er in een bepaald geval sprake is van een verdenking van fraude. Is dat het geval, dan kan de FIOD in overleg met het Openbaar Ministerie besluiten een strafrechtelijk opsporingsonderzoek in te stellen. Voor de autoriteiten is het Protocol AAFD leidend. Hierin zijn de criteria opgenomen om te bepalen of een zaak voor strafrechtelijke vervolging en afdoening in aanmerking komt. Van belang zijn onder meer de omvang van de fraude, de voorbeeldfunctie van de verdachte, de vraag of er sprake is van een combinatie van delicten en eventuele recidive.

Als wordt besloten tot een strafrechtelijk onderzoek, wordt het uiteindelijke resultaat van het onderzoek vastgelegd in een proces-verbaal. In de meeste gevallen waarin een belastingplichtige wordt verdacht van het plegen van een fiscaal delict (ongeveer 90% van de gevallen) komt de officier van justitie tot het besluit de verdachte te vervolgen. De verdachte wordt dan gedagvaard om voor de strafrechter te verschijnen. De autoriteiten (Belastingdienst en Openbaar Ministerie) kunnen bij fiscale fraude echter ook kiezen voor het uitvaardigen van een strafbeschikking of het opleggen van een bestuurlijke boete.

Opsporingsambtenaren van de FIOD mogen verschillende dwangmiddelen toepassen. Enkele veelvoorkomende dwangmiddelen zijn:

  • Binnentreden van kantoren of woningen
  • In beslag nemen van gegevens en voorwerpen
  • Doorzoeken van een kantoor of een woning
  • Aanhouden van verdachten
  • Horen van verdachten en getuigen

Een inval door de FIOD kan voor veel onrust zorgen in de onderneming. Onrust en angst kan ervoor zorgen dat men meewerkt, of juist niet, aan het verzoek van de opsporingsambtenaar, zonder te beseffen welke consequenties hieraan verbonden zijn voor de adviseur, cliënt of voor het gehele kantoor. Het is dus van wezenlijk belang dat u goed voorbereid bent op een onaangekondigde inval.

Stap 1 – het eerste contact

Een inval door de FIOD vindt altijd plaats door ten minste twee opsporingsambtenaren. Zij melden zich bij de receptie van het kantoor. In voorkomende gevallen geven zij zelf al aan dat zij namens de FIOD komen. Ook komt het voor dat zij slechts kenbaar maken dat zij van de Belastingdienst zijn. Het is overigens niet uit te sluiten dat de ambtenaren een zekere mate van druk uitoefenen of dat de communicatie als zodanig wordt ervaren. Aangezien de belangen te groot zijn en fouten reeds in deze fase gemaakt kunnen worden, is het belangrijk dat het personeel achter de receptie precies weet wat het moet doen. Zie hiervoor de Handleiding receptie.

Conform het advies in de handleiding worden de opsporingsambtenaren naar een wachtkamer begeleid en in contact gebracht met de verantwoordelijke van het kantoor, of met de verzochte adviseur. Het is niet uit te sluiten dat de opsporingsambtenaren direct willen doorlopen naar de ruimte van de verzochte persoon, of al zoekend verschillende ruimten van het kantoor betreden. De receptionist dient wandelende opsporingsambtenaren uitdrukkelijk te verzoeken plaats te nemen in de door haar/hem aan te wijzen ruimte. Deze ruimte dient bij voorkeur leeg te zijn. De opsporingsambtenaren zijn bevoegd om al hetgeen ‘grijpbaar’ is in beslag te nemen. Een ruimte met dossiers, een werkkamer van een afwezige adviseur of een kamer met open kasten is niet geschikt als wachtruimte voor opsporingsambtenaren.

Stap 2 – het inhoudelijke gesprek

De verantwoordelijke of de adviseur, zal kennis maken met de opsporingsambtenaren. Geforceerd aardig doen hoeft niet. Een zakelijke en kritische houding is het beste. De fase van kennismaking en feitenachtergrond doet een adviseur of verantwoordelijke nooit alleen. Er zal altijd iemand aanwezig moeten zijn als getuige tijdens het gesprek met de opsporingsambtenaren. Het is ook niet erg als zij even moeten wachten in de wachtkamer. De adviseur zorgt voor rust en laat zich niet op de kast jagen.

De opsporingsambtenaren dienen zich te legitimeren en duidelijk te maken wat het doel is van hun bezoek.

Voorzover dat al niet duidelijk wordt gemaakt door de opsporingsambtenaren is het van belang om erachter te komen voor wie de opsporingsambtenaren komen. Wat is het doel van het onderzoek en waar is men naar op zoek? Wat zijn de vermoede gepleegde strafbare feiten? Wat zijn de bevoegdheden van de opsporingsambtenaren en hebben zij daar toestemming (machtigingen) voor gekregen? In deze fase is het dus van belang dat de verantwoordelijke of adviseur dus zelf de informatie inwint om erachter te komen wat hem en/of zijn cliënt te doen staat. Voor de opsporingsambtenaren gaat het maar om één ding: bewijzen van de vermoedelijke strafbare feiten.

Stap 3 – knopen doorhakken

De fase van knopen doorhakken is aangebroken. Wat gaat de verantwoordelijke of adviseur op basis van de verkregen informatie doen? Wat moet hij doen en wat kan hij doen? Allereerst komt de vraag aan de orde of de verantwoordelijke of adviseur, al dan niet namens zijn cliënt, meewerkt aan het opsporingsonderzoek. Het is af te raden om deze beslissing te nemen zonder vooraf (telefonisch) te overleggen met een advocaat die deskundig is op het terrein van het fiscaal strafrecht. Het is van groot belang dat voor de verantwoordelijke of adviseur eerst duidelijk is of hij verdachte of getuige is en of zijn eventuele cliënt verdachte of getuige is. De positiebepaling is in deze fase onontbeerlijk!

Stap 4 – hoe nu verder?

Zijn de stappen 1 tot en met 3 doorlopen, dan kan de FIOD verschillende opsporingshandelingen verrichten: verdachten aanhouden, verdachten en getuigen horen, stukken in beslag nemen of een kantoor of woning doorzoeken.

Een verdachte heeft zwijgrecht. Er bestaat geen spreekplicht, ook niet tegenover een rechter. Een verdachte heeft ook direct recht op bijstand door een advocaat.

Bij verdachten, maar ook bij getuigen, geldt dat alles wat u zegt tegen u gebruikt kan worden. In de praktijk komt het niet zelden voor dat men denkt ‘ik heb toch niets te verbergen’ of ‘als ik blijf zwijgen, dat alleen maar meer verdenkingen oproept’. Sommige professionals hebben nog wel eens de neiging om de FIOD ‘even uit te leggen hoe het zit’. In dit soort gevallen is het van belang te beseffen dat eventuele verkeerde verklaringen of andere vergissingen verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor het gehele verloop van het onderzoek. Daarbij moet men niet uit het oog verliezen dat vergissingen ook desastreuze gevolgen hebben voor anderen, bijvoorbeeld collega’s of cliënten.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal