Box 3: sparen en beleggen

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Box 3: sparen en beleggen

Vanaf 2001 kent de inkomstenbelasting een boxenstelsel. Alles wat niet als inkomsten uit werk en woning (box 1) of winst uit aanmerkelijk belang (box 2) wordt aangemerkt, valt in de restbox 3: belastbaar inkomen uit sparen en beleggen.

1. Het systeem van box 3

De belastingheffing die over box 3 plaatsvindt, is (formeel) een vermogensrendementsheffing. Tot en met 2016 werd dit rendement fictief bepaald op vier procent van de "rendementsgrondslag", aan het begin van het kalenderjaar. Het daadwerkelijke behaalde rendement is niet van belang. Over dit fictieve rendement wordt 30 procent belasting geheven. Dit leidt er derhalve toe dat feitelijk een vermogensbelasting van 1,2 procent (4 procent maal 30 procent) wordt geheven.

Vanaf 1 januari 2017 is de berekening van het fictief rendement herzien. De reden is om beter aan te sluiten bij de rendementen die belastingplichtigen in voorafgaande jaren gemiddeld op hun vermogensbestanddelen behaald hebben. Er zijn drie vermogensschijven in box 3 gekomen: € 0 tot € 100.000, € 100.000 tot 1 miljoen euro en meer dan 1 miljoen euro.

In elke schijf wordt een forfaitaire verdeling tussen spaargeld en beleggingen gemaakt. Hierbij wordt aangenomen dat grotere vermogens meer uit beleggingen bestaan (zie voor deze verdeling onderstaande tabel). Verder wordt aan het spaargeld en aan beleggingen een gemiddeld rendement toegekend. Voor het jaar 2017 is het rendement op spaargeld 1,63% en op beleggingen 5,39%. Het gemiddeld rendement is gebaseerd op werkelijk gerealiseerde marktrendementen in het verleden en zal jaarlijks opnieuw worden vastgesteld.

Aan de hand van de forfaitaire verdeling per schijf en het gemiddeld rendement wordt het fictieve rendement van een schijf vastgesteld; het fictieve rendement is het gemiddelde van het rendement op spaargeld en op beleggingen per schijf. Zie voor de fictieve rendementen onderstaande tabel. In deze tabel is een overzicht opgenomen van de hiervoor genoemde gegevens. Aan de hand van de tabel en het totale vermogen van een belastingplichtige kan de box 3-heffing worden berekend:

Schijf

Box 3-vermogen (€)

Heffingsvrij vermogen (€)

Sparen 1,63%

Beleggen 5,39%

Fictief rendement

1e

0 – 100.000

-/- 25.000

67%

33%

2,87 %

2e

100.000 – 1 mln

 

21%

79%

4,60 %

3e

1 mln

 

0%

100%

5,39 %

Over het vastgestelde fictieve rendement wordt 30 procent belasting geheven; het belastingtarief in box 3 blijft derhalve ongewijzigd.

Vermogensbestanddelen die in box 1 en box 2 inkomsten genereren worden niet meegenomen in box 3, ook niet als de inkomsten vrijgesteld zijn. Vanaf 1 januari 2010 kunnen partners de gezamenlijke grondslag voor sparen en beleggen naar keuze onderling verdelen. Voorheen bestond deze keuzemogelijkheid per vermogensbestanddeel.

2. De rendementsgrondslag: bezittingen en schulden

De rendementsgrondslag is de waarde van de bezittingen verminderd met de waarde van de schulden.

Bezittingen kunnen zijn:
a. onroerende zaken en rechten die op onroerende zaken betrekking hebben (zoals vruchtgebruik, maar ook een persoonlijk recht zoals een huurrecht;
b. (rechten op) roerende zaken;
c. rechten die niet op zaken betrekking hebben, waaronder geld en;
d. overige vermogensrechten.

Kortom: zo ongeveer alles wat een waarde kan vertegenwoordigen, kan in box 3 vallen. Ten aanzien van roerende zaken is daarbij echter een belangrijke inperking aangebracht. Box 3 beoogt namelijk alleen datgene te belasten wat economisch rendement kan opleveren. Het is niet de bedoeling dat ook persoonlijke gebruiksgoederen in box 3 worden opgenomen. Daarom vallen roerende zaken alleen in box 3 als zij niet voor persoonlijke doeleinden worden gebruikt of verbruikt. Een uitzondering op deze regel geldt als roerende zaken weliswaar voor persoonlijke doeleinden worden gebruikt of verbruikt, maar hoofdzakelijk als belegging dienen. Als "standaard" voorbeeld valt daarbij te denken aan (oude) auto´s en antiek meubilair. Dit zijn gebruiksgoederen die normaliter niet onder box 3 vallen maar in uitzonderingsgevallen als belegging kunnen worden aangemerkt. Wanneer precies van een belegging sprake is moet door de Belastingdienst aannemelijk worden gemaakt.

Op de bezittingen komen de schulden in mindering. Dit zijn alle verplichtingen met een waarde in het economisch verkeer. Niet alle schulden komen echter in mindering:
– uitgezonderd zijn (latente) belastingschulden die voortvloeien uit belastingwetgeving waarop de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen van toepassing is;
– overige verplichtingen worden slechts per belastingplichtige in aanmerking worden genomen, voor zover de gezamenlijke waarde meer bedraagt dan € 3.000. Als partners hun rendementsgrondslag samenvoegen, geldt een drempel van € 6.000;
– vanaf 2010 zijn schulden in verband met giften en onderhoudsverplichtingen (alimentatie e.d.) uitgezonderd.

Waarderingsregels
Aangezien de belastingheffing in box 3 feitelijk plaatsvindt naar de waarde van het vermogen, is het natuurlijk uitermate van belang dat de vermogensbestanddelen naar de juiste waarde worden gewaardeerd. Hoofdregel is de "waarde in het economisch verkeer". Dit is de hoogst haalbare prijs die bij verkoop zou kunnen worden behaald. Subjectieve/persoonlijke elementen die de prijs voor één individu kunnen beïnvloeden, blijven buiten beschouwing.

Voor een aantal vermogensbestanddelen zijn specifieke waarderingsregels geïntroduceerd:
– woningen;
– effecten;
– genotsrechten tegen periodieke vergoeding;
– overige genotsrechten.

3. Vrijstellingen in box 3

Zoals gezegd vallen roerende zaken in eigen gebruik normaliter niet in box 3. Daarnaast is een aantal specifieke vrijstellingen opgenomen, namelijk voor:
a. bos- en natuurterreinen en landgoederen;
b. voorwerpen van kunst en wetenschap;
c. rechten op roerende zaken krachtens erfrecht;
d. bepaalde rechten;
e. spaarloonregeling (vervallen met ingang van 2012, per 1 januari 2016 is de overgangsregeling hiervan ook uitgefaseerd);
f. kortlopende termijnen van inkomsten en verplichtingen;
g. groene beleggingen;
h. nettolijfrente;
i. nettopensioen;
j. drempelvrijstellingen;
k. vanaf 2010: een vrijstelling voor contant geld en vergelijkbare vermogensrechten (zoals een chipkaart en cadeaubonnen) van € 522 (2017).

4. Bijzonderheden bij erfrecht

Bij een verdeling van een nalatenschap conform het wettelijk erfrecht wordt de nalatenschap verdeeld tussen de overblijvende echtgeno(o)t(e) en kinderen. Feitelijk krijgt echter de langstlevende alle goederen en schulden toebedeeld. De kinderen krijgen in ruil hiervoor een vordering op de langstlevende ouder. Zowel bij de kinderen als bij de langstlevende zijn deze vorderingen en corresponderende schulden gedefiscaliseerd. Dat wil zeggen dat de kinderen de vorderingen niet opnemen en de ouder de schuld niet kan aftrekken. Per saldo wordt dus het totale vermogen bij de ouder aangegeven.

De defiscalisering van vorderingen en schulden door erfrecht is per 2012 uitgebreid tot gevallen waarbij op grond van een testament een situatie ontstaat die materieel voldoende vergelijkbaar is met het wettelijk erfrecht.

5. Tips en advies

1. Goed opletten op voorwaarden is belangrijk. Er is veel mogelijk, maar in alle gevallen geldt wel dat er aan één of meerdere cruciale voorwaarden moet worden voldaan.

2. Roerende zaken in eigen gebruik zijn niet belast, terwijl de bijbehorende schulden – met inachtneming van de geldende drempels – wel aftrekbaar zijn in box 3. Het omzetten van liquide middelen in roerende zaken zoals boten, kunst e.d., kan dus behoorlijk in de belastingheffing in box 3 schelen. Hetzelfde effect wordt echter ook bereikt als de boot wordt gefinancierd. Let echter wel op het feit dat niet van een belegging sprake mag zijn.

3. De heffing in box 3 is afhankelijk van het vermogen op 1 januari van het jaar. Er valt dus het nodige te verdienen door te plannen rondom de peildata. Er is wel een antimisbruikbepaling. Overleg dit eerst met uw adviseur.

4. Bij fiscale partners moet de verdeling van het heffingvrij vermogen en van het vermogen goed bekeken worden. Overleg dit met uw adviseur.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal


Gerelateerde nieuwsartikelen