Alimentatie

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Alimentatie

Bij het aangaan van een huwelijk of als er sprake is van samenwonen, ligt het in eerste instantie niet voor de hand om na te denken over de gevolgen van een scheiding. Dit is echter wel aan te bevelen. Dit geldt met name voor huwelijken die tot en met 2017 gesloten zijn. Als er namelijk niets geregeld wordt voor het aangaan van het huwelijk, werd er tot en met 2017 er in algemene gemeenschap van goederen getrouwd. Dit houdt in dat alles gedeeld moet worden. Om dit te voorkomen, kunnen er voorwaarden voor het aangaan van het huwelijk bij de notaris worden opgemaakt. In de voorwaarden zal aandacht besteed moeten worden aan de verzorging (onderhoudsplicht) van de partijen tijdens het huwelijk.

Met ingang van 2018 geldt standaard voor huwelijken een beperkte gemeenschap van goederen. Dit houdt in dat alleen vermogen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd, gezamenlijk is. Voorhuwelijkse bezittingen en schulden vallen niet meer automatisch in de gemeenschap. Deze wijziging betekent niet dat het opstellen van huwelijkse voorwaarden zijn belang verloren heeft; dit moet per situatie beoordeeld worden.

Er zijn twee vormen van alimentatie: de kinderalimentatie en de partneralimentatie. Er ligt op dit moment een initiatiefwetsvoorstel bij de Tweede Kamer voor het herzien van de civielrechtelijke regeling voor toekenning van kinderalimentatie. Er zou een verdeling over beide ex-partners naar draagkracht en zorgtaken moeten komen.

Er ligt ook een initiatiefwetsvoorstel voor het herzien van de civielrechtelijke regeling voor het toekennen van partneralimentatie. In het wetsvoorstel is opgenomen om de huidige regeling op de volgende punten te wijzigen:

 de grondslag voor het vaststellen van alimentatie wordt “compensatie voor inkomensverlies” dat bij één van de echtgenoten is ontstaan door tijdens het huwelijk gemaakte keuzes (ook ten aanzien van de zorgverdeling voor kinderen);

 de alimentatieduur wordt verkort van twaalf naar vijf jaar;

– de berekening van de hoogte van de alimentatie wordt vereenvoudigd.

Op het punt “beperking van de toegang tot partneralimentatie” is vanuit de praktijk kritiek gekomen. Naar aanleiding daarvan is het wetsvoorstel in 2017 aangepast, waarbij de huidige grondslag van voortdurende solidariteit c.q. lotsverbondenheid blijft gehandhaafd. Met andere woorden, als het huwelijk eindigt, houdt de zorgplicht die echtgenoten jegens elkaar hebben, niet op te bestaan. De verkorting van de alimentatieduur is niet aangepast. Op dit moment betreft het nog een wetsvoorstel.

Kinderalimentatie

Uitgangspunt bij het vaststellen van de kinderalimentatie is ervoor te zorgen dat het kind (of de kinderen) er zo min mogelijk op achteruitgaat. De rechter stelt de hoogte van de kinderalimentatie vast in drie stappen:

– stap 1: vaststellen van het gezinsinkomen;
– stap 2: vaststellen van de kosten van een kind;
– stap 3: vaststellen van de draagkracht van de alimentatieplichtige.

Voor kinderen konden tot 2015 de kosten onder voorwaarden forfaitair worden afgetrokken in box 1. Deze forfaitaire aftrek gold alleen als de verzorgende ouder geen kinderbijslag ontving en/of het kind geen studiefinanciering ontving.

Met ingang van 1 januari 2015 is deze aftrekpost vervallen. Wel is het mogelijk om de waarde van kinderalimentatie die voor komende jaren betaald moet worden, als schuld in box 3 mee te nemen. De berekening ervan gaat volgens bepaalde regels. Deze mogelijkheid bestaat voor de aangifte IB 2015 en 2016 en kan niet meer vanaf het jaar 2017.

Partneralimentatie

De partneralimentatie is relevant indien de inkomens van beide partners behoorlijk verschillen. Men is vrij om samen afspraken te maken over de duur en de hoogte van de alimentatie. Belangrijk is dat de afspraken op de juiste wijze zijn vastgelegd in een echtscheidingsconvenant. Slagen u en uw aanstaande ex er niet in om samen afspraken te maken over alimentatie, dan zal de rechter deze gaan vaststellen. De betaalde partneralimentatie kan voor de betaler aftrekbaar zijn van het inkomen in box 1. Over de ontvangen partneralimentatie is de ontvanger wel belastingheffing verschuldigd.

Duur alimentatieplicht

Voor scheidingen die op of na 1 juli 1994 zijn gesloten, geldt een wettelijke termijn van maximaal twaalf jaar voor een huwelijk met kinderen. Voor een huwelijk zonder kinderen is dat ook twaalf jaar als het huwelijk langer heeft geduurd dan vijf jaar. Als het huwelijk korter dan vijf jaar heeft geduurd, is de alimentatieduur net zolang als het huwelijk duurde. Na de wettelijke termijn stopt de overeengekomen betalingsverplichting automatisch.

Voor scheidingen van voor 1 juli 1994 geldt geen wettelijke termijn. De betalingsverplichting stopt na de door de partijen afgesproken termijn of de door de rechter vastgestelde periode. De alimentatieplicht stopt ook als de ontvanger van de alimentatie gaat samenwonen, met een ander trouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat.

Als een ex-partner de partneralimentatie niet betaalt, kan de andere partner de vordering laten innen door het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO).

Hoogte partneralimentatie

Een rechter hanteert bij het vaststellen van de partneralimentatie de volgende uitgangspunten:

Behoefte: welk bedrag is nodig om de levenstandaard van het huwelijk voort te zetten?

Draagkracht: hoeveel alimentatie kan volgens een draagkrachtberekening maximaal betaald worden aan kinder- en/of partneralimentatie?

Een draagkrachtberekening wijst uit of de alimentatieplichtige aan de alimentatiebehoefte van de ex-partner en eventuele kinderen kan voldoen. Dit wordt bepaald door de verdiencapaciteit. Verdiencapaciteit is de aanwezigheid van eigen inkomsten of de mogelijkheid (op termijn) zelf inkomen te verdienen. De rechters hebben hiervoor zelf normen ontwikkeld (de zogeheten Tremanormen). Deze zijn algemeen geaccepteerd en worden ieder jaar aangepast aan de actuele cijfers. Gebeurtenissen die aanleiding geven voor een mogelijke herziening van de alimentatie zijn bijvoorbeeld ontslag, werkloosheid, samenwonen en hertrouwen. Een dergelijke verandering kan de draagkracht beïnvloeden en er zal dus moeten worden gesproken over de voortgang van de oude en nieuwe alimentatiestroming.

De hoogte van de partneralimentatie wordt dus berekend op basis van de Tremanormen. Er zijn verschillende berekeningsmethodes en in de regel kunt u dit niet zonder adviseur uitrekenen.

Bijzondere alimentatievormen

– Het huis als alimentatie
Het komt vaak voor dat het huis onderdeel is van de echtscheiding en dat één van de partijen in het huis blijft wonen en de ander eruitgaat. De vraag is dan hoe er met het huis moet worden omgegaan tot de inschrijving van de echtscheiding en ook na de inschrijving van de echtscheiding. Wie moet het eigenwoningforfait opgeven en voor welke percentage. Een ander vraag is wie de eigenwoningrente moet aftrekken. Ook hier is de adviseur de aangewezen persoon om meer duidelijkheid te bieden.

– Pensioen en alimentatie
Op basis van wetgeving behoren pensioenrechten, zowel ouderdoms- als partnerpensioen, niet tot een gemeenschap van goederen. Bij verdeling van vermogen worden pensioenrechten niet meegenomen. Pensioenrechten worden op basis van andere wetgeving verdeeld. Voor ouderdomspensioen zijn regels opgenomen in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Op grond hiervan verkrijgt een ex-partner recht op de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Het partnerpensioen dat op moment van scheiding is opgebouwd, komt op basis van de Pensioenwet toe aan de ex-partner (het zogenoemde bijzonder partnerpensioen). Onderstaand wordt hier nog op teruggekomen. Partijen mogen overigens andere afspraken over deze penisoenrechten maken.

Als partnerpensioen is opgebouwd kan dit een vervanger van de alimentatiestroming zijn. Voor de volgende situaties kunnen de partijen overwegen de alimentatiestroming te verzekeren:

– er is een bedrag aan partnerpensioen opgebouwd, maar partijen hebben afgesproken dat dit partnerpensioen bij de pensioengerechtigde blijft;

– het partnerpensioen is verzekerd op risicobasis, dit wil zeggen dat er geen bedrag is opgebouwd, zodat bij scheiding het recht op partnerpensioen vervalt.

Alimentatiestroming verzekeren

Op het moment dat de alimentatiebetaler iets overkomt, is de alimentatiestroming minder zeker. Het is daarom aan te raden om uw partner te verzekeren met een overlijdensrisicoverzekering. Deze verzekering keert uit bij het overlijden van de verzekerde/alimentatiebetaler. Met deze uitkering (in de regel wordt de toekomstige alimentatieverplichting contant gemaakt) kunt u grotendeels verder leven.

De alimentatieprocedure in stappen

Het is belangrijk dat u en uw aanstaande ex met elkaar blijven praten. Hierdoor kan naar mogelijkheden voor de verdeling van vermogensbestanddelen gekeken worden. Dit proces moet uiteindelijk eindigen in het ondertekenen van een echtscheidingsconvenant.

Eventueel kan een procedure worden gestart om de hoogte en eventueel de duur van de alimentatie vast te stellen, te veranderen of te stoppen. Deze procedures zijn hetzelfde en daar is altijd een advocaat bij nodig. De gekozen advocaat stuurt alle stukken naar de rechtbank en spreekt namens de cliënt op de zitting van de rechtbank. Ook degene die alimentatie betaalt kan een procedure beginnen. Een eenzijdig verzoek tot alimentatiebetaling kan worden geweigerd indien de betaler aannemelijk kan maken dat hij in dat geval te weinig pensioen zou overhouden (pensioenverweer) dan wel bij overlijden te weinig inkomen zou resteren. Een procedure bestaat uit de volgende stappen:

Stap 1. Het indienen van een verzoekschrift via een advocaat

Stap 2. Verweerschrift indienen als de ex-partner het niet eens is met het verzoekschrift

Stap 3. De zitting van de partijen bij de rechter

Stap 4. De beslissing van de rechter

Stap 5. Hoger beroep en cassatie (eventueel)

Kosten van een procedure

Aan de hele procedure zijn kosten verbonden; kosten voor de advocaat en de rechter (griffierecht). Als men de kosten van de advocaat niet (helemaal) kan betalen, is het in bepaalde gevallen mogelijk om een toegevoegde advocaat te krijgen. De overheid betaalt dan een deel van de kosten. Dit heet toevoeging. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet u nog wel een eigen bijdrage voldoen. De hoogte hiervan hangt af van uw inkomen en vermogen.

Voor de alimentatiegerechtigde zijn deze kosten aftrekbaar voor de inkomstenbelasting, maar voor de alimentatieplichtige zijn deze niet aftrekbaar.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal


Gerelateerde nieuwsartikelen