Afweging personenauto of bestelauto

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Hoofdlijnen voor de afweging aanschaf personenauto of bestelauto

Voor een bestelauto gelden fiscaal enkele afwijkende regels. Een bestelauto kan daardoor financieel aantrekkelijker zijn dan een personenauto. Hieronder zijn de aandachtspunten op een rij gezet, teneinde een goede afweging te kunnen maken.

Personen- en bestelauto Bijzonderheid personenauto Bijzonderheid bestelauto
Voor de inkomstenbelasting (IB) bestaat een keuzemogelijkheid: auto privé- of bedrijfsvermogen Er kan voor de IB recht bestaan op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek
Voor de omzetbelasting (OB) bestaat óók een (zelfstandige) keuzemogelijkheid: auto privé- of bedrijfsvermogen    
In de sfeer van de IB en loonheffing geldt bij privégebruik auto de autokostenfictie   Voor bepaalde bestelauto’s geldt afwijkende regeling. Voor bestelauto’s gelden aanvullende specifieke tegenbewijsmogelijkheden
  Voor volledig elektrische personenauto’s geldt een vrijstelling voor de MRB Voor bestelauto’s geldt onder voorwaarden een lager MRB-tarief
    Voor bestelauto’s geldt onder voorwaarden een vrijstelling voor de BPM

Inkomstenbelasting

Zowel voor personenauto’s als voor bestelauto’s bestaat de keuzemogelijkheid om de auto te rekenen tot het privévermogen of tot het ondernemingsvermogen. Voor de omzetbelasting bestaat ook een keuzemogelijkheid. De keuze voor de omzetbelasting staat los van de keuze voor de inkomstenbelasting.

Bij een privéauto mag voor zakelijke kilometers maximaal € 0,19/km worden gedeclareerd.

Als een ondernemer of resultaatgenieter de auto tot het ondernemingsvermogen rekent of móét rekenen, mogen alle kosten en lasten die verband houden met de auto ten laste van de winst worden gebracht. Feitelijk is er dan sprake van een auto van de zaak. Dit betekent dat voor het privégebruik dan een winstcorrectie moet plaatsvinden op basis van de autokostenfictie; de bijtelling heet dan echter ‘onttrekking’. Deze regeling geldt per auto die ter beschikking staat voor privégebruik. De onttrekking bedraagt maximaal het bedrag van de werkelijke totale autokosten.

Voor ondernemers/resultaatgenieters met een bestelauto gelden ook de volgende mogelijkheden voor de bewijslast met betrekking tot de 500-km-grens:

  • Goederenvervoerbestelauto;
  • Vereenvoudigde rittenregistratie.

Bij aanschaf van een bestelauto of een zeer zuinige personenauto kan recht bestaan op de zogenoemde kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Bij investeringen tussen € 2.300 en € 56.192 (exclusief omzetbelasting) bedraagt deze aftrekpost 28% (2017). Bij hogere investeringen daalt dit percentage.

Omzetbelasting

Met ingang van 1 juli 2011 is de wet- en regelgeving gewijzigd om de omzetbelasting vast te stellen voor auto’s die zakelijk en voor privédoeleinden worden gebruikt. De koppeling die bestond met de autokostenfictie voor de inkomstenbelasting en loonbelasting, is daarbij losgelaten. De omzetbelastingregels gelden zowel voor personenauto’s als voor bestelauto’s.

Zowel voor personenauto’s als voor bestelauto’s bestaat de keuzemogelijkheid om de auto te rekenen tot het privévermogen of tot het ondernemingsvermogen.

1. Auto privévermogen voor de omzetbelasting

Voorbelasting auto niet aftrekbaar; bij verkoop auto geen belaste levering.

Voorbelasting op gebruik en onderhoud auto deels aftrekbaar.

2. Auto bedrijfsvermogen voor de omzetbelasting

Als een ondernemer een auto aanschaft, huurt of leaset en deze voor de omzetbelasting tot het bedrijfsvermogen rekent, geldt de volgende systematiek:

  • De voorbelasting is aftrekbaar;
  • Voor het privégebruik moet een correctie plaatsvinden;
  • Bij verkoop is er sprake van een belaste levering.

De ondernemer voldoet in de aangifte over het laatste belastingtijdvak van een jaar een bedrag aan omzetbelasting dat gelijk is aan 2,7% van de catalogusprijs (inclusief omzetbelasting en BPM).

Als de personen- of bestelauto is gekocht zonder aftrek van omzetbelasting, is voor de correctie op het privégebruik de toepassing van een verlaagd forfait toegestaan:

  • De omzetbelasting die drukt op autokosten wordt in aftrek gebracht alsof de auto niet voor privédoeleinden wordt gebruikt;
  • De ondernemer voldoet in de aangifte over het laatste belastingtijdvak van een jaar een bedrag aan omzetbelasting dat gelijk is aan 1,5% van de catalogusprijs (incl. omzetbelasting en BPM). Het percentage van 1,5% is het percentage van 2,7% verminderd met de afschrijving.

Loonheffingen

Zowel voor personenauto’s als bestelauto’s geldt de autokostenfictie. Als privégebruik mogelijk is, betekent dat voor de werknemer een bijtelling van 4% of 22% van de oorspronkelijke catalogusprijs van de auto, inclusief omzetbelasting en BPM. Het toepasselijke percentage hangt af van de CO2-uitstoot van de auto. Het bijtellingspercentage kan worden aangepast nadat de CO2-uitstoot door modificatie aantoonbaar is veranderd. Voor auto’s die ouder zijn dan 15 jaar geldt een bijtelling van 35% van de waarde in het economische verkeer.

Voor bepaalde bestelauto’s is een afwijking mogelijk op de autokostenfictie:

  • Voor speciaal ingerichte en uiterlijk kenbare auto’s van o.a. de politie, brandweer, geldt onder voorwaarden dat zij voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden ter beschikking staan.
  • Bij bestelauto’s die door twee of meer werknemers door de aard van het werk doorlopend afwisselend worden gebruikt. In een dergelijk geval kan het lastig zijn de autokostenfictie individueel toe te passen en kan de werkgever ervoor kiezen het privégebruik te belasten via de eindheffing. Deze eindheffing bedraagt op jaarbasis een vast bedrag van € 300 per bestelauto.
  • Bestelauto’s die door aard of inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt zijn voor goederenvervoer vallen niet onder de autokostenfictie. Er is dan geen rittenregistratie vereist. Bij privégebruik is het werkelijke voordeel belast (werkelijke kilometerprijs x het aantal privékilometers). Deze regeling geldt voor serviceauto’s waarin naast de bestuurder alleen plaats is voor gereedschappen en reserveonderdelen (zogenoemde éénzitters). Uit de rechtspraak volgt echter dat ook bestelauto’s met een specifiek ingerichte laadruimte, maar met twee voorstoelen of één voorbank, onder omstandigheden onder deze regeling kunnen vallen.
  • Bestelauto’s die buiten werktijd niet privé kunnen worden gebruikt of waarvoor een verbod geldt op privégebruik, vallen onder bepaalde voorwaarden niet onder de autokostenfictie. In dat geval is geen rittenregistratie vereist en kan de bijtelling achterwege blijven.

Ter voorkoming van een bijtelling hebben werkgever en werknemer bepaalde mogelijkheden om tegenbewijs te leveren. Voorwaarde is dan dat het privégebruik minder bedraagt dan 500 kilometer op kalenderjaarbasis of zelfs volledig is uitgesloten (de 500-km-grens). Deze tegenbewijsmogelijkheid geldt voor personen- en bestelauto’s. Voor bestelauto’s gelden echter enkele specifieke mogelijkheden voor de bewijslast m.b.t. de 500-km-grens:

  • Vereenvoudigde rittenregistratie bestelauto’s;
  • Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto;
  • Verbod privégebruik bestelauto;
  • Bestelauto is buiten werktijd niet privé te gebruiken.

MRB/BPM

Voor personenauto’s met geen CO2-uitstoot geldt een vrijstelling voor de MRB. Aan zeer zuinige personenauto’s wordt een halve vrijstelling toegekend.

In het verleden waren bestelauto’s (zgn. grijskentekenbestelauto’s) vrijgesteld van BPM en gold een lager MRB-tarief. Ook particulieren kwamen in aanmerking voor deze faciliteiten. Vanwege dit ‘onbedoeld particulier gebruik’ zijn de regels aangescherpt en geldt alleen nog voor de bestelauto van ondernemers onder bepaalde voorwaarden een lager tarief voor de MRB en een vrijstelling voor de BPM.

Er wordt automatisch vrijstelling van BPM verleend. Dit gebeurt als het kenteken van een bestelauto bij de eerste registratie op naam wordt gesteld van een ondernemer voor de omzetbelasting, en de ondernemer dus een BTW-nummer heeft. Ook het lage MRB-tarief wordt automatisch toegepast als de ondernemer een BTW-nummer heeft.

Voor het laag bestelautotarief voor de MRB en voor de bestelautovrijstelling voor de BPM gelden de volgende voorwaarden:

  • er is sprake van ondernemerschap voor de omzetbelasting en de Belastingdienst heeft een BTW-nummer afgegeven;
  • de bestelauto staat geregistreerd op naam van de ondernemer of de rechtspersoon van het bedrijf aan wie het omzetbelastingnummer is toegekend;
  • de bestelauto wordt meer dan bijkomstig gebruikt voor de onderneming. Hiervan is sprake als meer dan 10% van de kilometers die jaarlijks met de bestelauto worden gereden voor de onderneming worden afgelegd. Soms kan het verstandig zijn om hiervoor een kilometeradministratie bij te houden.

De BPM-vrijstelling voor een bestelauto werkt niet door naar de autokostenfictie. Voor de bijtelling wegens privégebruik op basis van de autokostenfictie is de catalogusprijs inclusief omzetbelasting en BPM maatgevend. Kortom: in de sfeer van de inkomstenbelasting en de loonheffing telt het BPM-bedrag wel mee voor de bijtelling wegens privégebruik.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal


Gerelateerde nieuwsartikelen