Afschrijving

Bron: Redactie FiscaalTotaal

Afschrijving

Hoe u gaat afschrijven bepaalt u zelf, maar dit moet wel gebeuren op basis van "goed koopmansgebruik". U moet handelen naar wat een goed koopman zou doen om zijn onderneming zo goed mogelijk te voeren. Afschrijvingen moeten plaatsvinden op basis van een vast systeem op zodanige wijze dat de baten en lasten worden toegerekend aan de jaren waarop ze betrekking hebben. U kunt dus niet zeggen: dit jaar heb ik verlies, dus ik ga niet afschrijven.

Als u eenmaal voor een bepaald afschrijvingssysteem hebt gekozen, blijft u dit hanteren. U mag het gekozen systeem alleen wijzigen als de bestendige gedragslijn (continuïteit in de methode van winstberekening, zonder dat deze methode wordt beïnvloed door de uitkomst) dit toestaat. Dat betekent dat er bijzondere omstandigheden moeten zijn die het rechtvaardigen om tot een ander afschrijvingssysteem over te gaan. Het wijzigen van een afschrijvingssysteem enkel om daarmee een (incidenteel) fiscaal voordeel te behalen is dus niet toegestaan.

1. Degressieve en lineaire afschrijving

De twee meest gebruikte afschrijvingsstelsels zijn afschrijving op grond van "kostprijs minus afschrijving" en "afschrijving op lagere bedrijfswaarde". Bij het eerste schrijft u af op basis van een afschrijvingsstelsel en houdt u daarbij geen rekening met de werkelijke waarde die het bedrijfsmiddel heeft in de onderneming. Bij het tweede afschrijvingsstelsel wordt met deze werkelijke waarde wél rekening gehouden. Dit komt pas aan de orde bij onverwachte waardedaling.

De twee meest gebruikte wijzen van afschrijving zijn de degressieve en de lineaire afschrijving.

1. Degressieve afschrijving
Afschrijving met een vast percentage van de boekwaarde per jaar. Bij deze wijze van afschrijven wordt de eerste jaren relatief meer afgeschreven dan in latere jaren.

Voorbeeld
Bedrijfsmiddel met een boekwaarde van € 1.000. Afschrijvingspercentage 20%.
In het eerste jaar wordt afgeschreven: 20% x € 1.000 = € 200. Boekwaarde ultimo jaar 1 is dus € 800.
In het tweede jaar wordt afgeschreven: 20% x € 800 = € 160, enz. Boekwaarde ultimo jaar 2 is dan € 640, enz.

Bij deze wijze van afschrijven wordt de eerste jaren meer afgeschreven dan de jaren daarna. Deze afschrijving mag dan ook alleen worden toegepast bij bedrijfsmiddelen die in afnemende mate nut hebben binnen de onderneming. De afnemende afschrijving staat hier dus tegenover de afnemende bijdrage van het bedrijfsmiddel aan de winst. Deze manier van afschrijven wordt veel toegepast op auto´s en machines.

2. Lineaire afschrijving
Afschrijving van een vast percentage per jaar van het verschil tussen de historische kostprijs en de residuwaarde.

Voorbeeld
Bedrijfsmiddel met een boekwaarde van € 1.000. Afschrijvingspercentage 20%.
In het eerste jaar wordt afgeschreven: 20% x € 1.000 = € 200. Boekwaarde ultimo jaar 1 is dus € 800.
In het tweede jaar wordt afgeschreven: 20% x € 1.000 = € 200. Boekwaarde ultimo jaar 2 is dan € 600, enz.

Bij deze wijze van afschrijven wordt elk jaar hetzelfde bedrag ten laste van de winst gebracht.

Voor voorwerpen van geringe waarde (maximaal € 450) geldt dat zij in het kalenderjaar van aanschaffing of voortbrenging ineens ten laste van de winst kunnen worden gebracht.

2. Afschrijving op gebouwen

Per 1 januari 2007 is het regime voor afschrijving op gebouwen sterk gewijzigd. Op basis van de wet mag de boekwaarde van de onroerende zaak na afschrijving niet dalen beneden de zogenoemde "bodemwaarde".

Voor de bepaling van de bodemwaarde moet een onderscheid worden gemaakt tussen zogenoemd beleggingsvastgoed en vastgoed in eigen gebruik. Beleggingsvastgoed is het vastgoed dat aan derden is verhuurd. Hier is de bodemwaarde 100% van de WOZ-waarde. Vastgoed in eigen gebruik is, zoals de term al aangeeft, al het vastgoed dat in eigen gebruik is. Hier is de bodemwaarde vastgesteld op 50% van de WOZ-waarde. Ook bij de TBS-panden is afschrijving mogelijk tot 50% van de WOZ-waarde. Elk jaar moet voor de afschrijving rekening worden gehouden met de WOZ-waarde van dat jaar.

De afschrijvingsbeperking geldt niet voor groene kassen en duurzame stallen. Hiervoor geldt de willekeurige afschrijving voor milieubedrijfsmiddelen.

Volgens jurisprudentie moet onder ‘gebouw’ worden verstaan een zaak die duurzaam is verbonden met de grond, die niet eenvoudig verplaatsbaar en demonteerbaar is en bescherming biedt tegen wind en neerslag door wanden en een dak.

De afschrijvingsmethode voor gebouwen strekt zich ook uit tot alle onderdelen van het gebouw, de bij het gebouw horende ondergrond en aanhorigheden. Hierbij moet gedacht worden aan bijvoorbeeld roltrappen, liften en airco-installaties. Alleen werktuigen die van het gebouw kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan deze werktuigen wordt toegebracht, worden als afzonderlijk bedrijfsmiddel beschouwd voor wat betreft de afschrijving.

3. Willekeurige afschrijving

Willekeurige afschrijving – het woord zegt het al – houdt in dat het bedrag aan afschrijving op een activum naar eigen inzicht kan worden verdeeld over de economische levensduur. In plaats van willekeurige afschrijving wordt ook vaak gesproken over vrije afschrijving. Bij willekeurige afschrijving mag in totaal niet meer worden afgeschreven. De mogelijkheid om eerder af te schrijven dan normaal creëert echter het voordeel dat belastingplichtige zijn belastingen later dan normaal kan betalen. Dit houdt een liquiditeitsvoordeel in voor belastingplichtige.

Iedereen die winst uit onderneming geniet, kan de willekeurige afschrijving toepassen voor de daartoe in de wet aangewezen bedrijfsmiddelen.

In de meeste gevallen zal het voor een ondernemer aantrekkelijk zijn om zo vroeg mogelijk zo veel mogelijk af te schrijven. Dan komt het liquiditeitsvoordeel namelijk zo veel mogelijk tot zijn recht. Echter, in het geval van een startende ondernemer kan het verstandiger zijn om in latere jaren meer af te schrijven.

Willekeurige afschrijving op milieu-investeringen
Op basis van de wet kan willekeurig worden afgeschreven op bepaalde bedrijfsmiddelen in Nederland (en onder omstandigheden in het buitenland) die voorkomen op de Milieulijst. Deze bedrijfsmiddelen kunnen voor 75% van de aanschaffingswaarde of voortbrengingskosten willekeurig worden afgeschreven. De investering dient binnen drie maanden te zijn aangemeld bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Willekeurige afschrijving voor startende ondernemers
Er is ook een regeling willekeurige afschrijving voor startende ondernemers. Deze faciliteit is bedoeld als stimulans voor ondernemers die pas gestart zijn met hun onderneming. Zij mogen willekeurig afschrijven op bepaalde bedrijfsmiddelen die ze in de beginfase van hun onderneming hebben aangeschaft. Let wel op dat sommige bedrijfsmiddelen zijn uitgesloten van de willekeurige afschrijving voor startende ondernemers. Verder geldt er een maximum. Voor het meerdere moet de ondernemer op de gewone manier afschrijven. Als u niet meer voldoet aan de voorwaarden voor willekeurige afschrijvingen, dan moet u dit onmiddellijk terugnemen. Deze ‘sanctie’ geldt tot vijf jaar na het begin van het jaar van investering.

4. Afschrijving op immateriële activa

Voortbrengingskosten van immateriële activa kunnen in het kalenderjaar van voortbrenging ineens worden afgeschreven. Bij immateriële activa moet gedacht worden aan software of octrooirechten. Voor goodwill geldt een apart regime. Als u geen gebruikmaakt van de mogelijkheid om ineens af te schrijven maar u activeert de kosten, kunt u daarop in een later jaar niet terugkomen.

5. Afschrijving op goodwill

Op goodwill mag hoogstens 10% per jaar worden afgeschreven. Goodwill vertegenwoordigt de meerwaarde van een onderneming bijvoorbeeld door naamsbekendheid, opgebouwde positie in een markt en organisatie van de onderneming. Zelfgekweekte goodwill kan niet worden geactiveerd en dus kan daarop niet worden afgeschreven.

6. Afschrijving op andere activa

Minimaal in vijf jaar, bij tussentijdse verkoop of onttrekking kan nog steeds een boekwinst of -verlies worden geboekt. Afwaardering naar lagere bedrijfswaarde blijft mogelijk.

7. Onroerend goed

Per 1 januari 2007 zijn de afschrijvingsmogelijkheden op onroerend goed sterk beperkt. Het kan daarom het (her)overwegen waard zijn eventueel in de onderneming aanwezig onroerend goed over te brengen naar privé en te verhuren aan de onderneming. In dat geval valt dit onroerend goed onder de terbeschikkingstellingregeling en wordt in principe belast in box 1 inkomstenbelasting. Verder kan voor wat betreft de afschrijving op immateriële activa de innovatiebox nog van belang zijn.


naar boven

Dit document en meer vindt u in FiscaalTotaal:

  • Betrouwbare en actuele fiscale en financiële vakinformatie
  • Integraal inzicht in een groot aantal fiscale thema’s
  • Praktische ondersteuning bij uw dagelijkse werkzaamheden

    Lees verder over FiscaalTotaal


Gerelateerde nieuwsartikelen