Willekeur(ige) afschrijving vanaf 1 juli 2013

 

Ondernemers kunnen investeringen die gedaan zijn tussen de periode 1 juli tot en met 31 december 2013 willekeurig afschrijven met een maximum van 50% van de aanschafwaarde in 2013. Dat heeft staatssecretaris Weekers eind juni aangekondigd. In deze blog ga ik in op deze maatregel, die getuigt van een inconsistent beleid.

Kopie regeling 2010/2011

De maatregel is nagenoeg een kopie van de maatregel zoals deze gold voor investeringen die gedaan zijn in het jaar 2010 en 2011. Dat betekent dat er willekeurig afgeschreven mag worden op nieuwe bedrijfsmiddelen waarvoor de verplichting is aangegaan tussen 1 juli en 31 december 2013. Van de willekeurige afschrijving zijn onder andere uitgesloten gebouwen, immateriële vaste activa (bijvoorbeeld software) en ‘gewone’ personenauto’s.

De wijziging ten opzichte van de eerdere maatregel is dat er alleen in 2013 maximaal 50% afgeschreven kan worden, tijdens het restant van de gebruiksduur dient er reguliere afschrijving plaats te vinden.

Plannen investering

Indien u al het voornemen had een investering te doen in de komende maanden, dan doet u er goed aan rekening te houden met deze tijdelijke maatregel. Hierbij is het ook van belang dat u de samenloop met de investeringsaftrek in de gaten houdt. [Streamer]Door nu veel te investeren kunt u mogelijk deze (eenmalige) investeringsaftrek mislopen[/Streamer], wat het voordeel van de willekeurige afschrijving teniet doet. Het voordeel van de willekeurige afschrijving is ‘slechts’ een liquiditeitsvoordeel omdat afschrijving naar voren wordt gehaald, terwijl de investeringsaftrek een permanent voordeel oplevert.

Rechtszekerheid

Uiteraard juich ik deze stimuleringsmaatregel van harte toe.
In de huidige economische tijd en de al dan niet terechte terughoudendheid van banken is het echter weinig ondernemingen gegeven om forse investeringen te doen. Om het genoemde liquiditeitsvoordeel te genieten is tevens vereist dat de onderneming winst behaalt, wat momenteel ook zeker niet vanzelfsprekend is.

Daarnaast getuigt het nu invoeren van de regeling niet van erg consistent beleid. Vóórdat het sociaal akkoord was gesloten, was reeds aangekondigd dat er op investeringen in 2013 willekeurig afgeschreven kon worden. Met het sluiten van het sociaal akkoord is deze maatregel van tafel gegaan. Als gevolg van tegenvallende (investerings)cijfers is nu, voor mijn gevoel, een ad hoc besluit genomen om de regeling toch in te voeren. Ondernemers die al veel voor hun kiezen krijgen weten daardoor niet waar zij aan toe zijn. Ik zou er daarom voor willen pleiten om de regeling voor meerdere jaren toe te staan, zodat ook de lange termijnplanning van ondernemers hierop afgestemd kan worden. Er zou daarbij bijvoorbeeld gedacht kunnen worden aan een plafond van 40% in het jaar van aanschaf om het budgettaire effect te verminderen.

Conclusie

De maatregel van willekeurige afschrijving is de laatste jaren al een aantal malen ingezet om investeringen te stimuleren. De meest recente invoering is slechts voor een korte periode en op hele korte termijn aangekondigd. Ondanks dat het een maatregel is die ondernemers een liquiditeitsvoordeel kan geven, vraag ik mij af of deze het gewenste effect heeft. Een meer langdurige maatregel zou ondernemers rust geven en wellicht meer effect hebben.

Na een vakantie die ook voor de nodige (investerings)uitgaven zorgt zal op 17 september duidelijk worden welke wijzigingen er verder nog op stapel staan.

terug