Wanneer is er sprake van de overdracht van een ‘algemeenheid van goederen’?

 

Bij overdracht van een ‘algemeenheid van goederen’ vinden er voor de omzetbelasting géén leveringen of diensten plaats. Dit betekent dat er dan geen omzetbelasting wordt geheven. Wanneer sprake is van overdracht van een ‘algemeenheid van goederen’ is in de praktijk niet altijd makkelijk vast te stellen. Dit blijkt ook uit de hierover verschenen uitspraken. Met een recent arrest over een caravanhandelaar wordt weer iets meer duidelijk wanneer sprake kan zijn van een overdracht van een ‘algemeenheid van goederen’.

Casus
In deze zaak gaat het om een leverancier (A) van caravans die de onderneming van een caravanhandelaar (overdrager) overneemt. De overdracht wordt contractueel vastgelegd. Als naar de bezittingen wordt gekeken valt op dat de inventarisbestanddelen voor de koper van beperkte waarde zijn. In de onderneming is wel een saldo van de omzetbelastingmargeregeling (artikel 28b Wet OB en verder) aanwezig van € 168.475 margeomzet. De daarin begrepen omzetbelasting bedraagt € 26.889. Partijen erkennen overigens dat een overdracht van dit saldo de enige wijze is dat het saldo nog een bate kan opleveren voor de overdrager, want bij bedrijfsbeëindiging zonder overdracht of doorstart is het saldo verloren.

Hofuitspraak
Hof Arnhem-Leeuwarden (nr. 12/00357, ECLI:NL:GHARL:2014:2684) oordeelde dat A (leverancier) aannemelijk heeft gemaakt de ondernemingsactiviteiten van de caravanhandelaar (overdrager) te hebben voortgezet en dat daarmee een overgang als bedoeld in artikel 37d Wet OB is verricht, waarna conform artikel 8 lid 1 van de Uitvoeringsbeschikking Omzetbelasting aan belanghebbende een teruggaaf van € 26.900 in verband met het negatieve jaarsaldo toekomt.

Hoge Raad
Volgens de inspecteur is er absoluut geen sprake van een overdracht als bedoeld in artikel 37d van de Wet op de Omzetbelasting. De Belastingdienst gaat daarom in cassatie (nr. 14/02600, ECLI:NL:HR:2015:522). In cassatie zijn de volgende overwegingen uit de Europese jurisprudentie van belang:

Bij de overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen wordt volgens artikel 37d van de Wet OB geacht dat geen leveringen of diensten plaatsvinden en treedt degene op wie de goederen overgaan in de plaats van de overdrager. Onder een overgang van een geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen moet worden verstaan de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, waarbij de verkrijger de bedoeling moet hebben om de aldus overgedragen handelszaak of bedrijfsonderdeel te exploiteren (Zita Modes Sarl, 27 november 2003, nr. C-497/01, ECLI:EU:C:2003:644).

In het arrest van 10 november 2011, Christel Schriever (nr. C-444/10, ECLI:EU:C:2011:724) is er nog een precisering gekomen op wanneer er sprake is van een overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel in de zin van artikel 5 lid 8 van de Zesde richtlijn. Van een overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel is er sprake indien het geheel van overgedragen onderdelen volstaat om een autonome economische activiteit te kunnen voortzetten en dat dat beoordeeld moet worden tegen de achtergrond van de aard van de betrokken economische activiteit.

Conclusie Hoge Raad
Het Hof constateerde dat de economische activiteiten van de overdrager ten tijde van de overdracht niet waren beëindigd en concludeerde daarom dat de overeenkomst de overdracht van de handelszaak van de caravanhandelaar of van een autonoom bedrijfsonderdeel behelsde. De Hoge Raad geeft echter aan dat om te bepalen of de overdracht van de onderneming van de caravanhandelaar aan de leverancier onder het begrip ‘overgang van een algemeenheid van goederen’ in de zin van de Zesde richtlijn valt, een globale beoordeling moet worden uitgevoerd van de feitelijke omstandigheden die deze transactie kenmerken en dat in dit verband bijzonder belang moet worden gehecht aan de aard van de economische activiteit waarvan de voortzetting wordt overwogen.

Concreet diende het Hof te beoordelen of de in de overeenkomst vermelde lichamelijke en onlichamelijke zaken tezamen een handelszaak of een autonoom bedrijfsonderdeel vormden.
Daarom is de zaak verwezen naar Hof Den Bosch ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.

Commentaar
In deze casus ging het om de (min of meer verplichte) verkoop van een onderneming aan een leverancier. De regeling van artikel 37d Wet OB komt natuurlijk ook aan de orde bij een bedrijfsopvolging en wordt dan ook besproken in het nieuwe thematisch commentaar Btw-aspecten bedrijfsopvolging (alleen beschikbaar in FiscaalTotaal Professional).

Discussie (0)

Bekijken en participeren
Log in of Registreer om een reactie te plaatsen
terug