Vermogensrendementsheffing box 3 strijdig met artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM?

Bron: FiscaalTotaal

Op 16 februari 2016 is een conclusie van advocaat-generaal Niessen gepubliceerd (nr. 14/05020, ECLI:NL:PHR:2016:41). Hij beantwoordt daarin de vraag of de vermogensrendementsheffing in strijd is met het recht van ongestoord genot van eigendom dat wordt beschermd door artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM bevestigend.

Situatie

In deze zaak is de belanghebbende enige tijd geleden geëmigreerd naar Noorwegen. In Nederland bezit hij drie onroerende zaken, waaronder een woning die voor eigen gebruik beschikbaar is gebleven. Hij heeft bezwaar gemaakt tegen een aanslag omdat hij uit die laatste woning geen rendement heeft behaald. Hij beroept zich op artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM.

De conclusie

In zijn conclusie richt de advocaat-generaal (A-G) zich bij de toetsing van de vermogensrendementsheffing aan artikel 1 EP bij het EVRM op twee facetten. Ten eerste vraagt hij zich af of het bij een heffing over inkomsten uit vermogen binnen het kader van een inkomstenbelasting toelaatbaar is om die inkomsten fictief vast te leggen op 4% van de vermogenswaarde. In de beantwoording gaat hij in op de vraag of de vermogensrendementsheffing als willekeurig moet worden beoordeeld.

Wanneer de vermogensrendementsheffing is aan te merken als een vermogensbelasting komt de volgende vraag naar voren: is een heffing van 1,2% over het vermogen, zonder rekening te houden met de gegenereerde inkomsten uit dat vermogen, toelaatbaar? Dan wel, kent de heffing een confiscatoir karakter?

Lawfulness box 3

In zijn onderzoek naar het antwoord komt de A-G tot de constatering dat niet vast te stellen is of een rendement van gemiddeld 4% haalbaar is voor een langere periode. Hierdoor voldoet de vermogens-rendementsheffing zijns inziens niet aan de eis van ‘lawfulness’. Volgens het Europees Hof van de Rechten van de Mens houdt lawfulness onder meer in dat de nationale maatregel voldoende toegankelijk, precies en voorzienbaar moet zijn. Dat is volgens de A-G niet het geval.

Box 3 arbitrair

Bovendien worden belastingplichtigen onderling niet gelijk behandeld, omdat er geen zicht is op de rendementen van individuele belastingplichtigen. Zij worden belast naar een vast rendement, zonder mogelijkheid van tegenbewijs. Een heffing naar een statisch gemiddelde is in de optie van de A-G in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Ongeacht het resultaat worden belastingplichtigen voor hetzelfde bedrag belast.

Box 3 confiscatoir

Een heffing kan als confiscatoir worden aangemerkt wanneer de belastingheffing leidt tot een belasting die hoger is dan het rendement op dat vermogen, zodat per saldo op het vermogen wordt ingeteerd. De vermogensrendementsheffing lijkt daardoor een confiscatoir karakter te hebben en van strijdigheid met artikel 1 EP bij het EVRM is mogelijk sprake.

Box 3 contrair aan artikel 1 EP bij het EVRM

In de optiek van de A-G is de vermogensrendementsheffing disproportioneel ten opzichte van het maatschappelijke belang en daarmee strijdig met artikel 1 EP bij het EVRM. Hij noemt de volgende omstandigheden: de wispelturigheid van de economie ten opzichte van het forfait, de willekeurige en onvoorspelbare belastingdruk voor vermogensbezitters en het gevaar dat de heffing confiscatoir uitwerkt en daardoor tot buitensporige belastingheffing leidt. Kortom, de belanghebbende in kwestie heeft gelijk dat het genot van zijn eigendom wordt gestoord door de vermogensrendementsheffing van box 3.

Opdracht aan wetgever: hef strijdigheid box 3 op

Echter, als het aan de A-G ligt gaat de rechter de strijdigheid van de regeling niet opheffen of vervangen. Hoe de regeling moet worden ingevuld is aan de politiek, die daartoe al een aanzet heeft gegeven. De wetgevende macht moet de tijd krijgen om de strijdigheid op te heffen. Als dit te lang duurt kan de Hoge Raad aankondigen na verloop van tijd alsnog in te grijpen. Het ministerie van Financiën heeft inmiddels gereageerd en stelt zich begrijpelijkerwijs op het standpunt dat de vermogensrendementsheffing in box 3 in de ruime beoordelingsmarge valt die de wetgever toekomt.

Nieuwe box 3 contrair aan artikel 1 EP bij het EVRM?

In het Belastingplan 2016 (34 302) is een wijziging van box 3 aangekondigd die 1 januari 2017 in werking moet treden. In dat plan wordt wederom voorgesteld het vermogen forfaitair te belasten, zij het gedifferentieerd via een vermogensmix. De vraag is of deze regeling wél voldoet aan de eis van lawfulness. In het plan geeft het kabinet aan dat op individueel niveau verschillen blijven bestaan tussen het werkelijke en het als grondslag in box 3 genomen rendement. De nieuwe regeling lijkt hiermee de willekeur dus niet weg te nemen. Bovendien kan de regeling confiscatoir uitpakken, omdat aangesloten wordt bij een forfaitaire heffing. Een tegenbewijsregeling is ook hier niet mogelijk. Kortom, op het eerste oog lijkt de voorgestelde herziening van box 3 die op 1 januari 2017 in werking moet treden strijdig aan artikel 1 EP bij het EVRM. Werk aan de winkel voor de wetgever!

Slotsom

De A-G laat de aan artikel 1 EP bij het EVRM contraire vermogensrendementsheffing voorlopig dus nog in stand. Hij komt de procederende belanghebbende wel tegemoet. Ten aanzien van de woning die hij tot zijn beschikking heeft gehouden, komt een herrekening van de verschuldigde belasting.

U kunt hyperlinks uit bovenstaand artikel alleen openen wanneer u een abonnement op de Kennisbank FiscaalTotaal heeft.
Bent u op zoek naar fiscale verdieping voor een betrouwbaar advies aan uw klant? Lees meer over FiscaalTotaal en vraag een demo aan!>

terug