Veelgestelde WKR-vragen aan de Belastingdienst

 

De essentie van de werkkostenregeling is dat de werkgever voor zijn rekening 80% belasting is verschuldigd over vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen (inclusief btw) aan zijn werknemers, voor zover deze boven het vrije budget van 1,2% van de fiscale loonsom uitkomen. Het zogeheten eindheffingensysteem is van toepassing. De werkgever mag deze afgedragen eindheffing niet op zijn werknemers verhalen.

Veelgestelde vragen aan de Belastingdienst

De Belastingdienst heeft een webinar gegeven over de werkkostenregeling begin februari en veel vragen gekregen. Op het webinar kwamen vragen voorbij als:

Hoe kan ik een vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling aanwijzen als eindheffingsloon?

Uit uw administratie moet blijken dat u een vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling aanwijst als eindheffingsloon. Dit kunt u bijvoorbeeld doen door het eindheffingsloon op te nemen in een personeelshandboek of in de arbeidsovereenkomst. In de cao kunnen ook afspraken over vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen staan

Ik organiseer een personeelsfeest op de werkplek. Naast hapjes en drankjes is er ook een lopend buffet. Is er sprake van belast loon voor mijn werknemers?

Voor de consumpties geldt een nihilwaardering. Bij een lopend buffet is sprake van een maaltijd. Hiervoor rekent u € 3,20 tot het loon. U kunt dit loon aanwijzen als eindheffingsloon.

Ik ben directeur-grootaandeelhouder (dga) van mijn bv. De bv heeft geen ander personeel. Mag de bv een vergoeding aanwijzen als eindheffingsloon die meer bedraagt dan de vrije ruimte?

Ja, dat kan. Over het gedeelte van de vergoeding dat boven de vrije ruimte uitkomt, betaalt u wel 80% eindheffing. Bovendien moet de vergoeding die u wilt aanwijzen als eindheffingsloon, aan de gebruikelijkheidstoets voldoen. Stel, de vergoeding voor de dga is € 250.000. De bv bestempelt € 100.000 als loon van de dga en wijst de overige € 150.000 aan als eindheffingsloon. Het is duidelijk dat zo’n ‘knip’ ongebruikelijk is.

Onze cao kent een vaste verblijfskostenvergoeding voor onder meer consumpties onderweg. Is deze vergoeding onder de werkkostenregeling gericht vrijgesteld? Of gaat de vergoeding ten koste van de vrije ruimte?

Een vergoeding voor kosten van tijdelijk verblijf, aan bijvoorbeeld ambulante werknemers, is gericht vrijgesteld. Deze vergoeding gaat niet ten koste van uw vrije ruimte. Het is ook mogelijk om een vaste kostenvergoeding hiervoor te geven, als u vooraf onderzoek doet naar de daadwerkelijke kosten van de werknemer.

Ik zorg elke dag voor een lunch in de vorm van een aantal broden, beleg, fruit en melk. Luncht een werknemer mee, dan betaalt hij een bedrag van € 1,50. Dit zijn de gemiddelde kosten van de lunch per persoon. Moet ik iets bijtellen bij het salaris van mijn werknemers?

Ja. Per maaltijd moet u in 2015 € 3,20 tot het loon van uw werknemer rekenen. Het maakt niet uit wat de werkelijke kosten zijn van de maaltijd. De eigen bijdrage mag  u aftrekken van de € 3,20. In uw situatie rekent u dus € 3,20 – € 1,50 = € 1,70 tot het loon. U kunt dit loon ook aanwijzen als eindheffingsloon.

Gebruikelijkheidscriterium

Niet alle vergoedingen vallen in het budget van 1,2%. Uitgezonderd zijn gerichte vrijstellingen, zogeheten intermediaire kosten en voorzieningen met een fiscale waardering van nihil. Sommige vergoedingen vormen geen loon en andere zijn verplicht individueel werknemersloon. U mag deze loonvormen niet als een werkkostenvergoeding ten laste van de vrije ruimte brengen, maar moet ze op de loonstrook van de werknemer(s) verantwoorden. Alle overige vergoedingen worden in de praktijk werkkosten genoemd en bij deze heeft u in beginsel een keuze: aanwijzen als een werkkostenvergoeding ten laste van de vrije ruimte óf belasten via de loonstrook van de werknemer(s). Het gebruikelijkheidscriterium kan hierop een uitzondering maken. Als werkkosten aangewezen vergoedingen zijn voor de werknemer belastingvrij, ook in de inkomstenbelasting.

De belangrijkste kenmerken van de werkkostenregeling zijn:

  • een vast percentage van de loonsom kan onbelast worden vergoed en verstrekt;
  • de werkgever hoeft de meeste vergoedingen en verstrekkingen niet meer op werknemersniveau in de loonadministratie te registreren;
  • de werkgever hoeft geen rekening meer te houden met de voorwaarden en beperkingen van de bestaande regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen;
  • loon in natura moet tegen de factuurwaarde worden gewaardeerd.

Volg het Elsevier Nextens webinar over de WKR>

terug