Stellen van voorwaarden voldoende om Papillon-fiscale eenheidsregime toe te passen?

 

Op 11 december 2014 heeft Hof Amsterdam zijn eindoordeel gegeven in de drie door hem verwezen zaken*. Een doorbraak in zaken betreffende het fiscale-eenheidsregime.

De redactie van FiscaalTotaal bespreekt de conclusie van A-G Wattel naar aanleiding van de uitspraak van het Hof.

Volgens het Hof is het Nederlandse fiscale-eenheidsregime in strijd met de Europese vrijheid van vestiging. De door de fiscus ingeroepen coherentie-rechtvaardiging werd wél aanvaard, maar de weigering van voeging in de drie door hem berechte gevallen werd disproportioneel geacht, ter behoud van het doel van fiscale coherentie. Wattel acht het beroep op de vrijheid van vestiging gegrond (nr. 13/03330, ECLI:NL:PHR:2015:73).

Staatssecretaris Wiebes heeft zich neergelegd bij de uitspraak en stelde geen cassatie in. Op 30 december 2014 keurde de staatssecretaris bij beleidsbesluit nr. BLKB2014/2137M goed dat er een fiscale eenheid kan worden gevormd tussen moeder- en kleindochter die verbonden zijn door middel van een in het buitenland gevestigde, onbevoegde blijvende ‘tussenmaatschappij’ (Papillon-fiscale eenheid).

Conclusie A-G Wattel
Volgens Wattel heeft het HvJ EU het Nederlandse recht niet goed begrepen (HvJ EU 12 juni 2014, nrs. C-39/13 en C-41/13, ECLI:EU:C:2014:1758). Indien dat wel het geval was dan had het HvJ EU geoordeeld dat er wel degelijk een rechtvaardiging bestaat voor weigering van een Papillon-fiscale eenheid, namelijk dat het fiscale-eenheidsregime coherent is waar het binnenlandse dubbele verliesneming voorkomt. De volgende onderdelen zijn het HvJ EU ontgaan:
1) het bestaan van de liquidatieverliesregeling;
2) de niet toepasselijkheid van de deelnemingsvrijstelling op leningen binnen een groep;
3) de niet toepasselijkheid van de deelnemingsvrijstelling op buitenlandse tussendochters die als laagbelaste beleggingsdeelneming gelden.

De A-G verzoekt de Hoge Raad de fouten van het HvJ EU te herstellen en conform zaak C-418/07, ECLI:EU:C:2008:659 Papillon een correct oordeel uit te brengen. Hierbij acht de A-G het zinloos nieuwe prejudiciële vragen te stellen. Daarom acht Wattel het beroep van belanghebbende op de EU-vestigingsvrijheid gegrond.

Op gespannen voet
Bovendien staat de ongunstigere behandeling van de interne situatie door uit te gaan van de ononderbroken aandeelhouderschapsrelatie, volgens Wattel op gespannen voet met de artikelen 20 en 21 EU-Handvest en artikel 1 Twaalfde Protocol EVRM. Door de vergelijkingsmaatstaf niet te leggen bij de ononderbroken aandeelhouderschapsketen, maar bij de vraag binnen welke heffingsjurisdictie de fiscaal te consolideren groepsresultaten vallen, kan die spanning worden weggenomen. Vanuit dat jurisdictieperspectief bezien, kan een binnenlands concern met een niet-gevoegde buitenlandse tussenhoudster vergelijkbaar geacht worden met een binnenlands concern met een gevoegde binnenlandse tussenhoudster omdat in beide gevallen alleen de binnen de Nederlandse jurisdictie vallende concernresultaten en concernonderdelen geconsolideerd c.q. gevoegd worden.

Aanvullende voorwaarden stellen
Tot slot komt Wattel tot de conclusie dat de wetgever aanvullende voorwaarden kan stellen om een Papillon-fiscale eenheid toe te staan. Het moeten geschikte en evenredige voorwaarden zijn om fiscale incoherenties, hierbij in het bijzonder dubbele binnenlandse verliesneming, uit te sluiten. Wat betreft Wattel kunnen deze voorwaarden ook worden gesteld aan lopende gevallen, dus ook aan de belanghebbende.

Dat het fiscale-eenheidsregime zal worden aangepast is een feit. Het is bijna niet meer te verwachten dat de Hoge Raad tot een andere conclusie kan komen. Niet alleen het fiscale-eenheidsregime maar ook de liquidatieregeling en deelnemingsvrijstelling moeten op de schop. De vraag naar aanleiding van de conclusie van A-G is of het stellen van voorwaarden voldoende is om dubbele verliesneming te voorkomen? De tijd zal het leren.

* Hof Amsterdam, nrs. 11/00824bis, ECLI:NL:GHAMS:2014:5184, 11/00587bis, ECLI:NL:GHAMS:2014:5185 en 11/00180bis, ECLI:NL:GHAMS:2014:5186.

Discussie (0)

Bekijken en participeren
Log in of Registreer om een reactie te plaatsen
terug