Rutte III legt rekening voor verbeteren vestigingsklimaat bij binnenlandse DGA

 

Na een historisch lange formatieperiode werd op 10 oktober het regeerakkoord gepresenteerd door het nieuwe kabinet. In het regeerakkoord is gewijzigde regelgeving gepresenteerd die ervoor moet zorgen dat het vestigingsklimaat in Nederland versterkt wordt. Een van de wijzigingen betreft de verlaging van het vennootschapsbelastingtarief.

Wijzigingen in de vennootschapsbelasting

Om het vestigingsklimaat voor buitenlandse bedrijven te verbeteren, heeft het kabinet voorgesteld om het tarief in de vennootschapsbelasting in stappen te verlagen tot 16% over de eerste €200.000 winst, en tot 21% over de winst vanaf € 200.000 in 2021. Deze tarieven worden volgens de onderstaande tabel stapsgewijs afgebouwd:

Eerste schijf Tweede schijf
2018 20,0% 25,0%
2019 19,0% 24,0%
2020 17,5% 22,5%
2021 16,0% 21,0%

Wijzigingen in de inkomstenbelasting

Om te voorkomen dat alle binnenlandse ondernemers hun onderneming in een besloten vennootschap gaan voortzetten, heeft het kabinet voorgesteld om het box 2-tarief te verhogen tot 27,3% in 2020 en 28,5% in 2021. Op deze wijze wordt gepoogd de gecombineerde heffing van de vennootschapsbelasting en de inkomstenbelasting voor binnenlandse directeur-grootaandeelhouders (hierna: DGA’s), in lijn met de huidige wetgeving, rond 40% te houden voor winsten tot €200.000 en rond 44% voor winst van meer dan €200.000.

Tekortkomingen voorstel kabinet

Waar het kabinet bij het opstellen van deze maatregel aan voorbij gaat is de DGA wiens vennootschap in eerdere jaren reeds vennootschapsbelasting heeft afgedragen over de winst, maar deze winst nog niet heeft uitgekeerd aan de DGA. Deze groep ondernemers heeft in het verleden tegen 20% of 25% (of zelfs nog meer in het verdere verleden) vennootschapsbelasting betaald, en zou bij latere uitkering aan de DGA nog eens worden belast tegen 28,5%. De effectieve heffing bij deze DGA bedraagt in dat geval 42,8% bij winsten tot €200.000 en 46,375% bij winsten van meer dan €200.000. Dit is een verhoging van respectievelijk 2,8% en 2,63% ten opzichte van de huidige wetgeving.

Op het oog lijken de verhogingen van 2,8% en 2,63% nog wel mee te vallen, maar deze verhoging geldt alleen voor alle opgebouwde winstreserves uit het verleden. Stel dat een BV een winstreserve heeft van €1.000.000, opgebouwd na twintig jaar hard werken, dan leidt deze verhoging van het box 2-tarief tot een extra heffing van €28.000.

Voorstel

Op basis van het bovenstaande rekenvoorbeeld kan de conclusie worden getrokken dat de verlaging van het vennootschapsbelastingtarief vooral bedoeld is om het vestigingsklimaat voor buitenlandse bedrijven te verbeteren en dat de rekening hiervoor (deels) bij de Nederlandse DGA komt te liggen. Ons voorstel zou zijn om een compartimenteringsreserve te mogen vormen in deze situaties, waarbij de fiscale winstreserves ultimo 2019 bij beschikking worden vastgesteld, en de heffing in box 2 over deze reserve kan blijven plaatsvinden tegen 25%.

Deze reparatiewetgeving zou een mooie geste zijn van het kabinet richting de DGA’s. Tenzij het kabinet een verborgen agenda heeft en met de wetswijziging DGA’s ertoe wil dwingen om hun winstreserves voor 2020 uit te keren. Het kabinet kan op deze wijze toekomstige belastingheffing naar voren halen, om zo de belastinginkomsten een impuls te geven.

terug