Reparatiemaatregelen vennootschapsbelasting (Belastingplan 2018 en Overige Fiscale Maatregelen 2018) – deel 1: artikel 10a Wet VpB

 

In de genoemde wetsvoorstellen (inmiddels aangenomen door de Tweede Kamer) zijn reparatiemaatregelen in de vennootschapsbelasting opgenomen. Veelal naar aanleiding van jurisprudentie die niet in de lijn lag met de wensen van de wetgever. Het gaat om vier maatregelen, alsmede een aangekondigd wetsvoorstel. In een reeks van columns wil ik aandacht besteden aan deze wetgeving.

Artikel 10a Wet op de vennootschapsbelasting

De eerste maatregel betreft een aanpassing in artikel 10a Wet op de vennootschapsbelasting. Dit artikel beoogt winstdrainage tegen te gaan door de aftrek van rente en kosten verschuldigd aan een verbonden lichaam te beperken, indien deze samenhangen met de volgende rechtshandelingen:

  • het uitdelen van winst of terugbetalen van kapitaal aan een verbonden vennootschap of verbonden persoon;
  • het storten van kapitaal in een verbonden vennootschap;
  • het verwerven of uitbreiden van een belang in een vennootschap die na afloop van de verwerving c.q. uitbreiding een verbonden lichaam is (externe acquisitie)

De beperking wordt niet toegepast:

  • indien aan de schuld en de rechtshandeling overwegend zakelijke overwegingen ten grondslag liggen (dubbele zakelijkheidstoets) of
  • indien bij degene aan wie de rente verschuldigd is per saldo een belasting naar de winst of het inkomen wordt geheven die naar Nederlandse maatstaven redelijk is (compenserende heffing ten minste 10%) en geen sprake is van verrekening van verliezen of andersoortige aanspraken uit jaren voorafgaande aan het jaar waarin de schuld is aangegaan waardoor over de rente per saldo geen heffing naar bedoelde redelijke maatstaven is verschuldigd.

Hoge Raad inzake de dubbele zakelijkheidstoets

In een arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld over één van de tegenbewijsregelingen van deze renteaftrekbeperking, namelijk de dubbele zakelijkheidstoets. De Hoge Raad oordeelde dat de belastingplichtige heeft voldaan aan die tegenbewijsregeling, indien hij aannemelijk maakt dat een schuld die is aangegaan met een verbonden lichaam in feite is verschuldigd aan een derde. Er moet sprake zijn van een lening die het verbonden lichaam extern aantrekt en onder nagenoeg vergelijkbare voorwaarden doorleent aan de belastingplichtige. De schuld is dan materieel verschuldigd aan een derde en daarmee zijn zowel de schuld als de daarmee verband houdende rechtshandeling zakelijk.

Wetsvoorstel

Deze uitspraak komt niet overeen met de uitleg die naar de mening van de wetgever aan de wettekst moet worden gegeven. Daarom wordt voorgesteld dat indien de schuld is aangegaan met een verbonden lichaam, maar in feite is verschuldigd aan een derde, de belastingplichtige tevens aannemelijk dient te maken dat aan de met die schuld gefinancierde rechtshandeling in overwegende mate zakelijke overwegingen ten grondslag liggen.

Een zwaardere bewijslast derhalve voor de belastingplichtige. In de praktijk speelt deze regelgeving vooral in internationale situaties, maar ook binnenlandse belastingplichtigen hebben er mee te maken, daar waar geen sprake is van compenserende heffing.

 

Lees ook de tweede column in deze serie, over artikel 15ac Wet VpB

 

terug