Reparatiemaatregelen vennootschapsbelasting (Belastingplan 2018 en Overige Fiscale Maatregelen 2018) deel 3: artikel 13d, lid 8 Wet VpB

 

In bovengenoemde wetswijzigingen zijn reparatiemaatregelen in de vennootschapsbelasting opgenomen. Veelal naar aanleiding van jurisprudentie die niet in de lijn lag met de wensen van de wetgever. Het gaat om vier maatregelen, alsmede een aangekondigd wetsvoorstel. In een reeks van columns besteed ik aandacht aan deze wetgeving. De eerdere columns gaan over artikelen 10 en 15ac Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Deze derde column besteed aandacht aan artikel 13d, lid 8 van die wet.

Artikel 13d, lid 8 Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Dit artikel ziet op de situatie dat een dochtervennootschap wordt ontvoegd uit een fiscale eenheid. Het opgeofferde van de deelneming wordt bepaald door het fiscale eigen vermogen van die deelneming. Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 20 oktober 2016 uitspraak gedaan in een situatie waarbij een in een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting opgenomen dochtermaatschappij (tussenhoudster) wordt ontvoegd en vervolgens (na enkele maanden) wordt geliquideerd.

Ontvoegd uit een fiscale eenheid: hofuitspraak

Het liquidatieverlies wordt bepaald door het opgeofferde bedrag minus de liquidatieuitkeringen. In de uitspraak werd het voor die tussenhoudster opgeofferde bedrag bepaald aan de hand van het fiscale eigen vermogen van die vennootschap op het moment van de ontvoeging. Die waarde werd weer mede bepaald door het opgeofferde bedrag van de kleindochter. De werkelijke waarde van de kleindochter is op dat moment echter aanzienlijk lager dan de boekwaarde van de deelneming op de fiscale balans, waardoor het opgeofferde bedrag te hoog werd vastgesteld.

Hof Den Bosch accepteerde het liquidatieverlies niet op grond van doel en strekking van de wet, ondanks dat bij een letterlijke interpretatie van die bepaling het verlies wel genomen had kunnen worden. In deze uitspraak heeft het Hof de wetgever opgeroepen tot aanpassing van de liquidatieverliesregeling. En aldus geschiedde.

Oproep aan de wetgever

In het wetsvoorstel is de liquidatieverliesregeling aangepast. Om een te hoog liquidatieverlies te voorkomen, is de wijze waarop het opgeofferde bedrag voor de ontvoegde dochtermaatschappij op het tijdstip van die ontvoeging wordt vastgesteld, aangepast.

Uitgangspunt voor de bepaling van het opgeofferde bedrag blijft het fiscale eigen vermogen van de ontvoegde dochter. Indien de waarde in het economische verkeer van een deelneming van die dochtermaatschappij echter lager is, geldt die lagere waarde, waardoor een te hoog liquidatieverlies wordt voorkomen.

Voor de adviespraktijk een belangrijk aandachtspunt bij het ontvoegen van een tussenhoudster!

Lees ook de andere delen in deze serie:

– Deel 2 over artikel 10a Wet VpB >>

– Deel 1 over artikel 10a Wet VpB >>

 

terug