Rechter zet stap in deregulering hennepteelt

 

Sinds de jaren zeventig hebben we in Nederland een merkwaardig beleid als het om softdrugs gaat. Softdrugs zijn legaal verkrijgbaar bij coffeeshops, maar de levering aan coffeeshops is de facto illegaal. De rechter heeft recent een stap in de goede richting gezet voor wat betreft de deregulering, maar de overheid schiet in haar eigen voet en laat veel belastinggeld liggen.

Levering is illegaal

Doordat de levering aan coffeeshops illegaal is, onttrekt de productie zich volledig aan het zicht van de autoriteiten en vanwege het illegale karakter kan het uiterst lucratief zijn om wiet te telen. Bijna dagelijks wordt in de media verslag gedaan van het oprollen van hennepkwekerijen. Illustratief is het volgende krantenartikel in de Nieuwe Meerbode van 29 juni 2016:

“In een bedrijfsruimte in de Cactuslaan is dinsdag 28 juni een grote hennepkwekerij aangetroffen. Er stonden ongeveer 2.500 planten in vijf ruimten. In een van de ruimtes is ook 10 kilogram gedroogde henneptoppen gevonden. De ruimte werd verhuurd door een makelaar. De ontruiming begon dinsdag omstreeks zes uur ‘s avonds en duurde tot twee uur in de nacht. Stroom en water werden afgetapt via de aansluiting op straat. De politie doet verder onderzoek naar de huurders. Alle planten en toppen zijn vernietigd. De aanwezige apparatuur is in beslag genomen.”

Het rekensommetje

Eén plant levert gemiddeld 30 gram bruikbare wiet op tegen een prijs van € 3,30 per gram. Dat is circa € 100 per plant. 2.500 planten leveren dan € 250.000 per oogst op. De kosten bedragen 20% van de omzet. De netto opbrengst per oogst bedraagt € 200.000. Afhankelijk van de soort is de doorlooptijd van zaaien tot oogsten tussen de drie en vier maanden. Netto opbrengst per jaar: 3 x € 200.000 = € 600.000. Het internet staat vol met leerzame filmpjes die gedetailleerd vertellen hoe het zaaien, oogsten en drogen in zijn werk gaat. Alle ingrediënten en hulpmiddelen zijn vrij te koop.

Gedoogbeleid

Dit beleid leidde een aantal jaren geleden tot de volgende casus:

Een wietkwekend echtpaar werd door de rechter niet gestraft omdat ze netjes kweekten, belasting betaalden en alleen aan coffeeshops leverden, dus geheel in lijn met het Nederlandse gedoogbeleid. De twee waren in beginsel wel strafbaar – ze begingen immers een strafbaar feit – maar kregen geen straf opgelegd. De rechter overwoog onder andere het volgende:

  • De wiet was uitsluitend bestemd voor twee gedoogde coffeeshops; geen grensoverschrijdende verkoop;
  • Elektriciteit werd verantwoord en veilig afgenomen en de elektriciteitsrekeningen werden aan de leverancier betaald;
  • Verdachten ontvingen geen uitkering;
  • Verdachten hielden van hun inkomsten een administratie bij die werd opgegeven bij de belastingdienst;
  • Geen gebruik chemische bestrijdingsmiddelen;
  • Geen sprake van een brandgevaarlijke situatie;
  • Geen overlast in de nabije omgeving;
  • Geen banden met criminele organisaties of georganiseerde misdaad.

De rechter legt met bovengenoemde acht punten de vinger op de zere plek van het gedoogbeleid.

Stap in goede richting

Het kweken zelf vergt niet heel erg veel arbeid. De nabewerking: toppen, drogen en verpakken is wel zeer arbeidsintensief. Het wietkwekende echtpaar kan – in een normale situatie – aangemerkt worden als ondernemer, zodat zij gebruik kunnen maken van de fiscale faciliteiten zoals het kunnen vormen van een Fiscale Oudedagsreserve (FOR), willekeurige afschrijving en ondernemersaftrek. Gelet op het bovenstaande kan de conclusie niet anders zijn dan dat de overheid met het huidige beleid meermaals in haar eigen voet schiet en veel belastinggeld laat liggen. De rechter heeft een stap in de goede richting gezet voor wat betreft de deregulering. Wie zich bedrijfsmatig aan de regels houdt en netjes belasting betaalt, kan – ook al is de activiteit strafbaar – op clementie rekenen waar het dit strafbare vergrijp betreft.

Discussie (0)

Bekijken en participeren
Log in of Registreer om een reactie te plaatsen
terug