Praktische antwoorden van de Belastingdienst op veelgestelde vragen door intermediairs

 

De Belastingdienst heeft antwoorden gepubliceerd op de tijdens de Intermediairdagen 2014 meestgestelde vragen. De onderwerpen behelzen de autobelastingen, btw, inkomstenbelasting, toeslagen, loonbelasting en apart de BGL (beschikking geen loonheffingen) en de werkkostenregeling, en bieden antwoord op praktische vragen.

Auto – Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto
Op de vraag of een verklaring UZGB (Uitsluitend Zakelijk Gebruik Bestelauto) met terugwerkende kracht kan worden aangevraagd wordt afwijzend gereageerd. De verklaring UZGB is geldig vanaf de datum waarop de verklaring is ingediend tot de datum waarop de verklaring wordt ingetrokken. Buiten deze periode moet de werkgever/ondernemer aantonen dat er op kalenderjaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé is gereden om de bijtelling voor privégebruik te voorkomen.

Auto – Bijtelling over catalogusprijs
Uitgangspunt voor de bijtelling is de catalogusprijs van de auto. Dat is duidelijk, maar wat als een leaseauto bij een schadebedrijf wordt gestald en er tijdelijk een leenauto wordt verstrekt? Als de catalogusprijs van de vervangende auto even hoog is, is er niets aan de hand, maar wat als de waarde veel hoger is? Moet dan de catalogusprijs van de leenauto worden bijgeteld? Volgens de Belastingdienst wel: ‘als de leaseauto voor langere tijd wordt vervangen door een leenauto moet de catalogusprijs van deze leenauto over die periode worden bijgeteld’. Jammer genoeg is niet duidelijk aangegeven wat de Belastingdienst als tijdelijk of als ‘langere tijd’ ziet. Is het drie weken rijden in een vervangende auto tijdelijk of is deze periode toch lang genoeg om de bijtelling aan te passen aan de catalogusprijs van de vervangende auto? Overigens lijkt het ons logisch dat als in het geval van een hogere catalogusprijs de bijtelling aangepast moet worden als de auto voor ‘langere tijd’ verstrekt wordt, dit ook het geval moet zijn als de vervangende auto een lagere catalogusprijs heeft.

Btw – renovatiewerkzaamheden
De tijdelijke maatregel voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief voor renovatiewerkzaamheden van woningen ouder dan twee jaar eindigt op 30 juni 2015. Het is voorstelbaar dat een aannemer in verband met zijn eigen planning geen tijd heeft om vóór 1 juli 2015 te beginnen met de renovatiewerkzaamheden dan wel de renovatiewerkzaamheden af te ronden. Voor zulke gevallen was het de vraag of alsnog gebruik gemaakt kon worden van het verlaagde tarief als in juni al een betaling werd gedaan en de renovatiewerkzaamheden pas na 1 juli 2015 plaats zullen vinden. Volgens de Belastingdienst is dan het algemene btw-tarief van toepassing. Het moment waarop de renovatiewerkzaamheden worden afgerond is namelijk beslissend voor het btw-tarief dat toegepast moet worden.

Btw – verzendkosten
Verzendkosten en btw blijft een interessant onderwerp. Hoe omgegaan moet worden met de btw op de verzendkosten wanneer er meer artikelen in een pakket worden geleverd met een verschillend btw-tarief, was een vraag die veel werd gesteld. In de situatie dat er artikelen worden geleverd tegen het verlaagde tarief en artikelen tegen het algemene tarief, moet het btw-tarief op de verzendkosten naar verhouding van de vergoeding voor de artikelen worden gesplitst in een algemeen tarief en een verlaagd tarief, aldus de Belastingdienst (lees ook: Verzendkosten en btw, hoe zit het ook alweer?)

Inkomstenbelasting – inkomensverklaring voor buitenlands belastingplichtige
Hoe kan een buitenlands belastingplichtige een inkomensverklaring verkrijgen? Volgens de Belastingdienst is men vanaf 2015 een kwalificerend buitenlands belastingplichtige als onder andere een inkomensverklaring van de belastingdienst van het woonland getoond kan worden. Op deze verklaring moet minimaal een overzicht staan van de inkomsten zoals de belastingplichtige die heeft aangegeven in de belastingaangifte in zijn woonland. Deze inkomensverklaring heeft een belastingplichtige nodig als hij of zij over 2015 aangifte doet. Deze hoeft men nog niet te hebben als een voorlopige aanslag over 2015 aangevraagd wordt. Verder zijn nog niet alle eisen aan de inkomensverklaring al bekend. Zodra die bekend zijn, verschijnen deze op de site van de Belastingdienst.

Loon – afzien van loon door aanmerkelijkbelanghouder in een verliessituatie
Een vraag die veel gesteld wordt is of een aanmerkelijkbelanghouder (ab-houder) in een verliessituatie mag afzien van loon. Volgens de Belastingdienst is een verliessituatie geen aanleiding om af te zien van loon of om een lager loon te hanteren. Werknemers zonder aanmerkelijk belang zullen niet instemmen met lager loon bij een verliessituatie. Ingeval van een structurele verliessituatie waarbij het voortbestaan van de vennootschap in gevaar komt, is maatwerk nodig. Maatwerk moet worden afgestemd met de bevoegde inspecteur.

Toeslagen – in de loop van het jaar vertrekkende partner
Als een toeslagpartner of medebewoner vertrokken is in de loop van het jaar, wordt dan toch het inkomen over die periode meegerekend? De Belastingdienst zegt hierover het volgende: ‘van een toeslagpartner of medebewoner tellen wij het toetsingsinkomen op bij uw inkomen. Bij de bepaling van de hoogte van een toeslag gaan wij altijd uit van een jaarinkomen.’

VAR en BGL – alvast vragen over de BGL
Het wetsvoorstel Beschikking Geen Loonheffingen (BGL, 34 036) ligt nog bij de Tweede Kamer, maar er zijn nu al veel vragen over de BGL. Het zijn voornamelijk praktische vragen zoals de vraag of per opdrachtgever een BGL aangevraagd moet worden.Volgens de Belastingdienst hoeft dit niet; je vraagt een BGL aan per werkzaamheid. Daarnaast vraag je een nieuwe BGL aan als de feiten en omstandigheden in de relatie met de opdrachtgever veranderd zijn. Deze beide BGL’s kun je dan wel bij meer dan een opdrachtgever en bij meer opdrachten gebruiken, zolang de aard van de werkzaamheden maar hetzelfde is en zolang de feiten en omstandigheden in de relatie met de opdrachtgever niet veranderen.

WKR – thuiswerkregeling
Ook bij de werkkostenregeling (WKR) zien we veel praktische vragen. Adviseurs hebben direct bepaalde omstandigheden in hun hoofd en willen daar duidelijkheid over hebben. De vraag over een werkgever die een thuiswerkregeling heeft is ook zo’n vraag: is daarmee per definitie aan het noodzakelijkheidscriterium voldaan bij vergoeding van internetkosten voor werknemers die voor hun werkzaamheden gebruikmaken van een computer met internetverbinding? Het antwoord van de Belastingdienst: ‘een thuiswerkregeling is een sterke aanwijzing dat de werkgever het noodzakelijk vindt dat een werknemer (gedeeltelijk) thuis werkt en daarom moet beschikken over een internetaansluiting. De inspecteur gaat ervan uit dat de werkgever het beste inzicht heeft of de vergoeding noodzakelijk is en zal dit oordeel normaliter volgen. De vergoeding van het internetgebruik is dan gericht vrijgesteld als de werkgever de vergoeding aanwijst als eindheffingsloon.’

Om alle vragen en antwoorden te lezen zie: Belastingdienst publiceert antwoorden op veelgestelde vragen tijdens intermediairdagen 2014.

terug