Nieuw standpunt voor verlies-BV’s

 

Het beleid voor verliesverrekening is geactualiseerd in het besluit van 25 februari 2015, nr. BLKB2015/211M. Het betreft de in artikel 20a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 opgenomen beperking van de mogelijkheid tot verliesverrekening als het uiteindelijke belang in de belastingplichtige in belangrijke mate is gewijzigd (de zogenoemde verlies-BV).

Belangenwijziging
Het besluit is onder meer aangepast aan de wijziging van artikel 20a, eerste lid, met ingang van 1 januari 2011 (Belastingplan 2011, nr. 32 504, Stb. 872). Volgens de wijziging van artikel 20a lid 1 wordt er voor de toepassing van de bepaling aangesloten bij het moment van de belangenwijziging en niet meer bij de aanvang van het jaar waarin de belangenwijziging zich voordoet. Dit heeft tot gevolg dat de bepaling overeenkomstig van toepassing is bij de verrekening van winst en verlies binnen hetzelfde jaar. Deze aanpassing verhelpt een geconstateerde tekortkoming. Het knelpunt omtrent de belangenuitbreiding (3.1 van het besluit van 6 mei 2008, nr. CPP2008/984M) doet zich ook niet meer voor. Het betreft de belangenuitbreiding en interpretatie van ‘het oudste jaar’, bedoeld in het eerste lid.

Herwaardering: het keuzemoment
In het oude besluit keurde de staatssecretaris goed dat de keuzetermijn voor herwaardering kon worden verlengd als de belangenwijziging plaatsvond nadat de aanslag over het voorafgaande jaar onherroepelijk was geworden. Deze goedkeuring, zoals opgenomen in onderdeel 6.4 van het besluit nr. CPP2008/984M, is komen te vervallen. Ter vervanging daarvan heeft de staatssecretaris een de volgende hardheidsclausule ingevoerd. Indien het tijdig herwaarderen is nagelaten kan, rekening houdende met de feiten en omstandigheden in een concreet geval en rekening houdende met de achtergrond van de wettelijke bepaling, onder voorwaarde alsnog herwaardering plaatsvinden. Uitgangspunt is wel dat belastingplichtige te goeder trouw was toen de herwaardering achterwege werd gelaten. Hiernaast geldt eveneens dat het verlenen van de goedkeuring uitvoerbaar moet zijn voor de Belastingdienst.

Aandeelhouderswijzigingen
Tevens is er een nieuw standpunt ingenomen bij opeenvolgende aandeelhouderswijzigingen. Bij opeenvolgende aandeelhouderswijzigingen moeten ook eerdere aandeelhouderswijzigingen in aanmerking worden genomen die hebben plaatsgevonden vanaf het begin van het oudste jaar waarvan een verlies nog niet volledig is verrekend. De werkzaamhedentoets vindt hierbij plaats door de werkzaamheden vlak vóór de aandeelhouderswijziging te vergelijken met de werkzaamheden bij het begin van het hiervoor bedoelde oudste jaar. Dit geldt ook als een eerdere aandeelhouderswijziging onder de werking van artikel 20a, eerste lid Wet Vpb 1969 viel, maar toen niet heeft geleid tot beperking van de verliesverrekening omdat bij die eerdere aandeelhouderswijziging de uitzondering van de werkzaamhedentoets van toepassing was.

Het besluit treedt in werking per 12 maart 2015 (Staatscourant 2015, nr. 6463) en werkt terug tot en met de datum van het besluit. Het besluit van 6 mei 2008, nr. CPP2008/984M, is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van het nieuwe besluit.

Discussie (0)

Bekijken en participeren
Log in of Registreer om een reactie te plaatsen
terug