Naar een definitief btw-stelsel

 

In het kader van VAT Action Plan 2016 heeft de Europese Commissie op 4 oktober 2017 een aantal voorstellen ingediend. Wat heeft dit voor consequenties op korte termijn?

Doel

Het VAT Action Plan 2016 heeft als doel om het btw-stelsel sterker te maken, de administratieve lasten voor het midden- en kleinbedrijf ten aanzien van intracommunautaire goederentransacties te verlichten en fraude bij grensoverschrijdende transacties te voorkomen.

Hoekstenen

De hoekstenen  van het plan zijn de toepassing van het bestemmingslandbeginsel bij grensoverschrijdende transacties, de aanwijzing van de leverancier als belastingplichtige bij deze transacties en de invoering van een One Stop Shop voor de aangifte.

Dit betekent dat het systeem van intracommunautaire leveringen zoals wij die kennen, met de toepassing van het nultarief door de leverancier in het land van vertrek en de belasting van de intracommunautaire verwerving door de koper in het land van aankomst, wordt losgelaten. In plaats daarvan is de levering belast in het land van aankomst van de goederen en moet de leverancier in beginsel de buitenlandse btw voldoen. Hiervoor hoeft de leverancier zich niet te registreren in het buitenland, maar kan hij de verschuldigde buitenlandse btw voldoen door een aangifte in eigen land.

Voor gecertificeerd belastingplichtigen, zie hieronder, geldt een verleggingsregeling ten aanzien van deze goederentransacties. Dit betekent dat de afnemer de btw verschuldigd wordt.

Het is de bedoeling dat het definitieve btw-systeem per 1 januari 2022 van kracht wordt.

Quick fixes

Om het dagelijks functioneren van het huidige btw-systeem beter te laten functioneren in de aanloop tot de invoering van het definitieve systeem, is er een viertal snelle maatregelen ‘quick fixes’ voorgesteld:

  • Een vereenvoudiging van de btw-regels ten aanzien van call-off voorraden;
  • Een vereenvoudiging ten aanzien van de toerekeningsregels van het vervoer bij internationale ketentransacties;
  • Een vereenvoudiging in bewijsvoering ten aanzien van intracommunautaire goederenleveringen waarbij maximaal twee lidstaten zijn betrokken; en
  • De verplichting om een geldig btw-nummer van de afnemer te overleggen bij de toepassing van het nultarief voor intracommunautaire transacties.

De vereenvoudigingen in de eerste drie bullet points gelden slechts voor een gecertificeerd belastingplichtige, oftewel een “Certified Taxable Person” afgekort “CTP”. De verplichting in het laatste bullet point geldt voor een ieder die het nultarief voor intracommunautaire leveringen wenst toe te passen.

Het is de bedoeling dat de quick fixes per 1 januari 2019 ingaan.

Certified taxable persons

In het voorstel wordt een nieuw begrip ingevoerd, namelijk die van “CTP”. Belastingplichtigen kunnen bij de Belastingdienst een certificaat bemachtigen, mits zij aan bepaalde vereisten voldoen. Met dit certificaat toont een belastingplichtige aan dat zij een betrouwbare partij zijn ten aanzien van de btw-heffing. De manier van certificering zal waarschijnlijk gelijkenis vertonen met de AEO-certificering (“Authorized Economic Operator”). Het certificaat is geldig en wordt erkend in alle EU-lidstaten.

In de loop van het jaar 2018 zal het mogelijk worden om de aanvraag voor een CTP-certificering te starten.

Voor belastingplichtigen die regelmatig intracommunautaire goederentransacties verrichten en die gebruik wensen te maken van de vereenvoudigingsmaatregelen, is het raadzaam om een dergelijke certificering zo spoedig mogelijk op te starten.

terug