Extra eisen voor vrijwilligerswerk in combinatie met WW

 

Per 1 januari 2015 zijn er nieuwe regels voor mensen met een WW-uitkering die vrijwilligerswerk willen doen. Als de organisatie waarvoor vrijwilligerswerk wordt verricht én het vrijwilligerswerk niet aan een aantal nieuwe regels voldoen, verliest de uitkeringsgerechtigde het recht op WW.

Het UWV legt vrijwilligerswerk uit als: onbetaald werk voor een maatschappelijke organisatie die voor zijn activiteiten voor een groot deel afhankelijk is van vrijwilligers. Het moet gaan om werk bij organisaties met een ANBI-status dan wel werk voor een steun- of sociaal belang behartigende instelling (SBBI) zoals een sportvereniging of een zangkoor.
Deze definitie is daarmee beperkter dan die voor toepassing van de vrijwilligersregeling van artikel 2, lid 6 Wet LB en artikel 3.96, onderdeel c Wet IB 2001. De vrijwilligersregeling geldt niet alleen bij werkzaamheden voor een ANBI of SBBI maar ook bij werkzaamheden voor ‘een niet als zodanig aan te merken lichaam dat niet is onderworpen aan de vennootschapsbelasting of daarvan is vrijgesteld.’

Een andere voorwaarde die het UWV stelt voor behoud van de WW-uitkering bij vrijwilligerswerk, is dat dit werk binnen de betreffende organisatie al minstens 1 jaar uitsluitend door vrijwilligers wordt gedaan. Ook mag er het jaar voor de start van het vrijwilligerswerk geen vacature voor zijn geweest. Als de werkplek of het werk korter dan een jaar bestaat, dan wordt getoetst aan een andere werkplek bij deze organisatie of een andere vergelijkbare organisatie.
Ook deze voorwaarde wijkt af van de vrijwilligersregeling waarvoor essentieel is dat de eventueel ontvangen vergoeding niet in verhouding staat tot de omvang en het tijdsbeslag van de verrichte werkzaamheden, maar het karakter heeft van een kostenvergoeding. Er worden geen eisen gesteld die vergelijkbaar zijn aan bovengenoemde eisen van het UWV.

Net als bij de vrijwilligersregeling mag de door de WW-gerechtigde ontvangen vergoeding voor het vrijwilligerswerk niet hoger zijn dan € 4,50 per uur. Voor jongeren onder de 23 jaar is dat € 2,50. De onkostenvergoeding van een vrijwilliger met een WW-uitkering mag, net als bij andere vrijwilligers, niet meer zijn dan € 150 per maand én niet meer dan € 1.500 per jaar. Reiskosten worden hierbij niet meegeteld.
De staatssecretaris van Financiën heeft op 17 januari 2008 in het kader van de vrijwilligersregeling aangegeven dat hij het genoemde maximumuurtarief voor vrijwilligers – uit het oogpunt van het terugdringen van administratieve lasten – niet nodig acht, behalve als de organisatie er zelf voor kiest naar uren uit te betalen. Dit kan naar onze mening ook worden doorgetrokken naar de situatie waarin WW-gerechtigden vrijwilligerswerk verrichten.

 

terug