Déjà vu

 

De laatste maanden verschenen er veel negatieve berichten in de pers over het (interne) functioneren van de Belastingdienst. Bij het lezen daarvan viel het mij op dat ik niet geschokt was, maar herkenning en doffe berusting voelde. Dat was lang niet gebeurd, maar ik ben ook al een tijdje niet meer werkzaam bij de dienst. Nu kwam het gevoel in volle sterkte terug: déjà vu.

Accenture

In de afgelopen jaren is er klaarblijkelijk in de mentaliteit en de besluitvorming van het management van de Belastingdienst niet veel veranderd, en blijkt men van het verleden niets te hebben geleerd. Rond openbare aanbestedingen zijn in het verleden al veel fouten gemaakt, als ze al werden uitgeschreven. Maar de perikelen rond Accenture, de persoonlijke knuffel van ex-directeur Hans Blokpoel, spannen de kroon. Dat bedrijf heeft aan een ict-medewerker van de dienst een prijs toegekend, ‘innovator of the year’. Hoe kun je als Belastingdienst een ‘prijs’ in ontvangst nemen van een bedrijf waarvan je zelf de grootste klant bent? Misschien ligt Accenture onterecht onder vuur, maar voorlopig lijkt het erop dat het bedrijf door Blokpoel, die er kind aan huis was, fors in het zadel is geholpen.

Broedkamerproject

Ook de berichten rond het zogenaamde ‘Broedkamerproject’ kwamen mij bekend voor. In het verleden zijn voor veel geld projecten opgezet door mensen die daarvoor beslist niet waren opgeleid en ook geen praktijkervaring hadden. Met als gevolg dat de kosten al snel de pan uitrezen en de producten beneden peil bleven. De medewerkers die er wél verstand van hadden werden tot hun verbijstering zorgvuldig buiten spel gezet. Wie met een voorstel kwam om projecten goedkoper uit te voeren werd meewarig bekeken, en dat lijkt nog steeds het geval. Het geld hoeft immers uit niemands privé-zak te komen. Dat het om belastinggeld gaat, speelt kennelijk nog steeds geen rol. De afgelopen jaren zijn miljoenen besteed aan ict-projecten waarvan een groot deel is mislukt.

Gideonsbende

Het management van de dienst was en is een Gideonsbende, een eliteclubje dat zo veel mogelijk naar boven kijkt en zo min mogelijk naar beneden. Dat is nog steeds zo, als je de verhalen van medewerkers over het functioneren van ex-directeur Blokpoel beluistert. Die kan zich overigens ‘niets herinneren’ als hem door de pers wat gevraagd wordt. Dat het tax control framework van de Belastingdienst niet op orde zou zijn, zoals ik in de pers las, is ook al niet echt wereldschokkend, dat was twintig jaar geleden al zo. Maar probeert u als belastingplichtige eens een steekje te laten vallen, dan krijgt u een dikke boete.

Liquid Hub

Wat ook opvalt is de kwaliteit van ingehuurde organisaties als Liquid Hub. Het document met aanbevelingen dat deze organisatie in 2015 ongetwijfeld voor veel geld opstelde ritselt van de taalfouten, zowel in het Nederlands als in het Engels. Klaarblijkelijk is niemand bij de Belastingdienst daarover gevallen.

Reorganisatie

Over de totaal mislukte reorganisatie is al veel geschreven. Het management van de Belastingdienst was gewaarschuwd door de ambtenarenvakbonden dat de verkeerde mensen zouden vertrekken, maar heeft die waarschuwing gewoonweg genegeerd. Klootjesvolk, niet naar luisteren. Inmiddels wil 25% van de medewerkers bij de dienst weg. Dat is alarmerend, maar ‘men herkent zich niet in een brain drain,’ aldus het Ministerie. Misschien omdat er niet zoveel ‘brains’ meer over zijn?

*Deze column is eerder gepubliceerd in BelastingMagazine nr. 3

terug