Prinsjesdag: de politieke show in de Tweede Kamer

Bron: Nicolette van den Hout

‘Nextens vanmiddag live aanwezig tijdens de presentatie van de miljoenennota in de Tweede Kamer’, twitterde de redacteur van Nextens nog vol trots, spanning en hoop. De rollen op de redactie zijn verdeeld: de fiscalisten kijken naar de troonrede en pluizen de miljoenennota uit en de redacteur begeeft zich voor live verslag naar Den Haag.

Live verslag

De redacteur van Nextens vertoont zich op de belangrijkste politieke dag in Den Haag om live verslag te doen vanaf de perstribune in de Tweede Kamer van de presentatie van de miljoenennota om daarna aansluitend naar de persbijeenkomst te gaan.

Een dag van te voren belt het ministerie van Financiën de redactie om te zeggen dat de persbijeenkomst helemaal vol zit. We passen er niet meer bij. We hebben er nog uit kunnen slepen dat ze onze prangende vragen per mail zullen voorleggen aan staatssecretaris Eric Wiebes.

De beveiliging

Net zoals onze minister-president Mark Rutte en staatssecretaris Wiebes gaat onze verslaggever ter plaatse op de fiets naar de Tweede Kamer. De miljoenennota mag dan wel pas om 15.00 uur gepresenteerd worden in de plenaire zaal, maar er wordt topdrukte verwacht dus ik meld me om 12 uur al bij de poortjes. Schoenen uit, riem en horloge af, laptop uit de tas en in een aparte bak, telefoon en ID-kaart uit de broekzakken en door het poortje. PIEP. De vrouwelijke beveiliger vraagt op bijna intieme toon of ik nog ergens een labeltje in mijn kleding heb met een beveiligingsstrip en of ik met mijn handen omhoog door het poortje wil lopen. Ik ga als een gesnapte boef door het poortje en mijn tas wordt gelabeld om precies 12.04 uur. De volgende stop is de balie, met andere beveiligers. Wat ik er eigenlijk kom doen. ‘Ik kom voor de presentatie van de miljoenennota op de perstribune. Ik heb geen perspas, maar wel de opdrachtbrief zoals de afdeling Communicatie tegen mij zei.’ De beveiliging gaat alleen over de beveiliging, laat de man mij weten. Maar hij belt wel even voor de zekerheid naar de afdeling Communicatie. ‘Ja, er staat hier een dame… vertel het zelf eigenlijk maar.’ Ik krijg de hoorn in mijn handen gedrukt en ik doe het verhaal nog een keer. ‘Ik ben zo vroeg omdat ik dan op tijd een plekje kan veroveren op de tribune.’ De man aan de andere kant van de lijn begint te lachen en bedenkt dan waarschijnlijk halverwege zijn lach dat het niet zo netjes is. Hij geeft mij te verstaan dat het zo niet werkt en ik maar om half drie terug moet komen. Ik hou nog even vol: ‘jullie hebben naast jullie communicatiekamer ook een perskamer, kan ik daar dan zo lang met mijn laptop zitten? Kijk ik daar de troonrede wel.’ ‘Mevrouw, dat zijn geen werkkamers als zodanig, kom om half drie maar terug.’

De troonrede

Terugfietsen was geen optie, maar wat dan? In het halletje hangt een heel groot scherm waarop het live verslag van de NOS wordt uitgezonden. Hier mag ik wel naar de troonrede kijken. Twitteren dat ik er klaar voor zit, is niet mogelijk doordat er geen openbare Wifi-verbinding is. Langzaamaan druppelt het halletje vol met belangstellenden. De mensen staan zelfs tot op de stoep om naar het scherm te kijken. Al stond ik helemaal vooraan, er was geen letter te verstaan van wat koning Willem-Alexander vertelde. Om kwart voor twee beginnen de mensen wat nerveus te worden. Ze zijn gekomen om een plekje te veroveren op de tribune en ze weten dat ze er voor moeten vechten. Alleen, ze mogen pas om twee uur naar binnen. Ondertussen passeert de presentator van EénVandaag de rij, omdat ze hem herkennen, laat de rij hem erdoor. Nadat ik zeg dat ik ook van de pers ben, mag ik er ook langs. Ze wensen me zelfs sympathiek geluk met het naar binnen komen.

Onduidelijkheid

Maar ik kom niet verder dan de eerste beveiliger, terwijl de presentator al bij de balie staat. Er moet opnieuw contact opgenomen worden met de afdeling Communicatie of ze mij er door mogen laten. Inmiddels wordt het twee uur en word ik apart gezet op een stoel om daar te wachten totdat ze de afdeling gesproken hebben. De bezoekers gaan door het poortje, het liefst allemaal tegelijk. Totdat één van de beveiligers vraagt of iemand ze geteld heeft omdat er maar een beperkt aantal stoelen zijn op de tribune. Naarstig wordt er geteld, de mensen worden zenuwachtig want ze willen echt naar binnen. De beveiliger trekt een streep bij twaalf, meer mogen er niet meer in. De dame achter de streep is beledigd. ‘Vijftien of twaalf, wat maakt dat nou uit!?’ Ondertussen komen er meer journalisten binnen, die ook eerst apart worden gezet, in een rijtje in de hoek. Maar ook zij willen gewoon naar binnen. Ik vraag of ze inmiddels al de afdeling Communicatie hebben gesproken. Wat een stress, mijn vraag komt niet gelegen. De journalisten willen via het andere poortje naar binnen gaan, want hé ze zijn geen bezoekers. Dan besluit de beveiliging de journalisten voor te laten, voor de overige bezoekers die nog naar binnen mogen. Daarop reageren de bezoekers weer verontwaardigd. Na alles opnieuw in een bak te hebben gelegd en als een boef door het poortje te lopen, kom ik weer bij de balie uit. Maar deze keer sta ik niet alleen. Er is nog een man die de mail van de Communicatieafdeling heeft uitgeprint waarin echt staat dat ze zich bij de balie moeten melden. Uiteindelijk voelt de voorlichter zich genoodzaakt naar beneden te komen. Hij leest mijn opdrachtbrief wel drie keer door en maakt een perspas voor een dag voor mij.

Verslag of foto

Uit mijn grote vragende ogen zal hij opgemaakt hebben dat ik daarmee dan nog niet weet welke kant ik op moet. Hij laat mij zien dat ik straks de Tweede Kamer in mag om een foto te maken. Hartstikke gaaf natuurlijk, zo dichtbij! Maar ik wil ook weten waar de perstribune is, want ik wil een verslag maken en vanaf daar een foto maken. ‘Dat mag niet. Vanaf de tribune mogen er geen foto’s gemaakt worden.’ Dat is even balen, ik kan me niet in tweeën splitsen. Bovendien mag mijn laptoptas ook nergens mee naar binnen. Zijn optie was om snel een foto te maken en om dan naar boven te rennen, mijn tas in een kluisje te stoppen en naar de tribune te gaan. Grote kans dat die tegen die tijd natuurlijk al helemaal vol is. Bedenkend dat er 44 persplaatsen zijn waarvan meer dan de helft al vergeven aan de vaste, traditionele media. Na een kort overleg met de redactie besluiten we voor het verslag te gaan en de foto te laten schieten.

De tribune

Stipt om kwart voor drie mogen we de tribune op. Beveiligers lopen rond en zeggen om de minuut dat er echt geen foto’s gemaakt mogen worden. Maar wat heb je er als pers nou aan om live aanwezig te zijn als je er geen foto van mag maken en kan plaatsen op Twitter? Stiekem maak ik een foto hoe die persmuskieten al voor het regeringsbankje klaar staan om een foto te nemen als minister Jeroen Dijsselbloem met zijn koffertje komt. Maar ook hier is geen openbare Wifi. Twitteren zit er dus echt niet in. Zonder enige aankondiging staat Dijsselbloem ineens in de Kamer met het koffertje. Ik merkte het pas op door de salvo aan kliks van de fototoestellen. De Kamerleden worden inmiddels ook de zaal ingeroepen door de bel terwijl Dijsselbloem nog even door poseert. De bezoekers kijken nieuwsgierig naar beneden en de Kamerleden kijken op hun beurt weer naar ons. Met als verschil dat zij wel foto’s van ons staan te maken en wij om de minuut gewaarschuwd worden dat het echt niet mag.

Presentatie miljoenennota

Met militaire precisie opent de Kamervoorzitter de vergadering om klokslag 15.00 uur. Dijsselbloem praat snel, soms lijkt het net alsof hij geen adem haalt. In totaal duurde zijn presentatie negen minuten. In die negen minuten waren Kamerleden voornamelijk bezig om verveeld voor zich uit te staren of om ongeïnteresseerd foto’s op hun telefoon te bekijken. Waarom zouden ze de schijn ook eigenlijk ophouden? Ze weten toch al wat Dijsselbloem gaat zeggen en ze zitten er alleen voor de traditie. Ze hoeven niks te doen of te zeggen, ze hoeven er alleen maar te zijn. En daar gedragen ze zich naar. Na negen minuten overhandigt de minister de miljoenennota aan de voorzitter. En daarmee is de presentatie ten einde gekomen. De bezoekers zijn zelfs een beetje verbouwereerd. Daar hebben ze dus ruim een uur voor in de rij gestaan, wachtend tot het stipt twee uur werd en daarna stipt kwart voor drie. Voor negen minuten haastig gepraat van de minister. Maar hè, we waren er wel bij… en wie weet volgend jaar weer.

terug