De aangifte is een leuke puzzel

Bron: Nicolette van den Hout

‘De aangifte is een soort puzzel’, zegt mr. Willem du Pon (88). Een puzzel die steeds moeilijker wordt. Meer dan zestig jaar geleden vulde hij voor het eerst zijn aangifte in. Daarna ook voor zijn vrienden en vanaf zijn zestigste heeft hij officieel zijn eigen Belastingadvieskantoor Mr. W. du Pon in Haarlem.

Vlak voor pensioen fiscaal jurist

‘Let maar niet op de rommel’, excuseert Du Pon zich. Vorige week is hij verhuisd vanuit zijn negenkamerwoning naar een driekamerwoning in Haarlem. Op het balkon ligt een enorme schelp, voor de verhuizing geheel opgepoetst. ‘Heb ik uit Nieuw-Guinea meegenomen toen ik daar als marineofficier zat’, vertelt Du Pon. Later maakt hij een carrièreswitch als leraar wiskunde/natuurkunde. ‘In die tijd waren er te veel leraren, dus na twintig jaar ging ik weer wat anders doen. Ik twijfelde tussen timmerman en fiscaal jurist. Maar ik begreep dat ik als timmerman met mijn lichaam op den duur problemen zou krijgen, dus ik koos voor een fiscale opleiding.’ En zo belandde hij op zijn 56e weer in de schoolbanken. ‘Het was eigenlijk een verdere specialisatie. Toen ik mijn eerste aangifte moest invullen, ruim zestig jaar geleden, was het een soort puzzel waarbij de Elsevier Almanak mijn leidraad was. Ik vind het een leuke puzzel waarbij ik ook al jaren enkele vrienden help.’

Moeilijke puzzel

Maar die aangiftepuzzel wordt steeds moeilijker. ‘De wetgeving wordt steeds gecompliceerder. Voorheen stond alles in de almanak, maar dat past gewoon niet meer. De almanak is wel dikker geworden, maar je moet er nu ook een wetboek naast houden. Daarnaast wordt de aangifte zelf ook steeds ingewikkelder. Voorheen zat je met een map en tabellen alles zelf uit te rekenen. Nu voer je iets in op de computer en berekent dat ding het voor jou. Maar daardoor kun je niet meer controleren of het wel goed is. De berekening is niet inzichtelijk.’

Voordelen nieuwe techniek

Du Pon heeft het niet zo op de nieuwe techniek, maar hij geeft toe dat er ook wel wat voordelen aan zitten. ‘Vroeger als ik een VIA van mij cliënt wilde inzien, moest ik aan de cliënt vragen om mij digitaal te machtigen via hun DigiD. Maar de meeste van mijn cliënten hadden helemaal geen DigiD! Dus dan moesten ze eerst een DigiD aanvragen om mij vervolgens te machtigen. Na die machtiging krijgen ze een code waarmee ik het kon aanvragen bij de Belastingdienst. Vervolgens kon ik de VIA van mijn cliënten inzien. In theorie dan. Van de twintig keer dat ik het geprobeerd heb, heb ik drie keer een voorlopige aangifte kunnen ophalen. Nu machtig ik al mijn cliënten voor de VIA in Nextens en klaar. Dat is een geweldige vooruitgang. Ik sta nog altijd verbaasd van wat er allemaal kan. Als je eenmaal weet hoe het programma werkt, is het een zalig systeem wat je werk vergemakkelijkt. Ik heb de overstap wel lang tegengehouden, omdat ik met mijn ogen dicht in de desktopsoftware kon werken. Vanuit de cloud werken is toch even wennen.

Gehandicapt zonder internet

Mocht ik er niet uitkomen, dan vraag ik het aan mijn vakgenoten. Bijvoorbeeld aan één van mijn studiegenoten van destijds. Het was een hele hechte studiegroep en we zijn ook na de studie vrienden gebleven. We hebben nu nog dagelijks contact met elkaar. Na mijn opleiding heb ik een beconnummer aangevraagd, zodat ik veel makkelijker met de Belastingdienst in contact kon komen. Als zzp’er zonder beconnummer is dat toch moeilijker. Daarna kreeg ik meer klanten. Ik heb er nu ongeveer honderd voor wie ik IB, VPB en, in samenwerking met een notaris, de erfbelasting doe. Ingewikkelde adviezen geven doe ik niet. Mijn cliëntenbestand bestaat voornamelijk uit oudere mensen en ik sta ze met veel andere zaken bij. De wereld verandert veel te snel voor oudere mensen. Mensen vallen steil achterover als ouderen een computer hebben, maar je kunt niet meer zonder. We worden gedwongen en je bent gehandicapt zonder internet. Zo sta ik momenteel een weduwe bij aan wie ik uitleg hoe een iPad werkt en hoe ze daarop kan internetbankieren. Het duurt echt wel een half jaar voordat ze dat heeft geleerd.

Cliënten worden vrienden

Eigenlijk worden al mijn cliënten vrienden. Toen ik alleen kwam te staan doordat mijn vrouw naar een verzorgingshuis moest, werd ik regelmatig opgebeld door cliënten om te komen eten. Bij sommigen heb ik zelfs een vaste dag in de maand dat ik kom eten. Zo worden cliënten ook vrienden. En elke keer als ik langskom is het een gezellig feest. Mijn cliënten sturen me kaarten om me geluk te wensen in mijn nieuwe huis. Dat maakt het werk en mijn persoonlijk leven leuk. Zeker omdat ik daarbuiten ook echt iets voor die mensen kan betekenen. Ik ga twee tot drie keer per week bij cliënten langs om zaken te bespreken waar ze advies over willen; het huis wel of niet verkopen, of om de administratie door te nemen en op te halen, zodat ik het kan verwerken.

Ik heb de tijd

Ik heb nu een probleem met de Belastingdienst over iemand die heel veel ziektekosten heeft gemaakt doordat ze een gehandicapt kind heeft. Ze heeft vaak naar verschillende instellingen moeten rijden, tot Den Bosch toe. Ze had een gigantische kilometeradministratie in haar agenda. Maar dat werd niet geaccepteerd door de Belastingdienst. Toen heb ik bezwaar ingediend, maar dat werd niet gehonoreerd. Ze moest bewijzen dat ze al die keren naar die instellingen is gereden. Hoe bewijs je dat? Ik heb al die ziekenhuizen en instellingen aangeschreven en gevraagd of zij een verklaring willen geven dat ze daar was geweest. Dat gaven ze eerst niet, omdat het privacy gevoelige informatie is. Ik heb er geregeld achteraan geschreven en uiteindelijk hebben we het voor elkaar gekregen dat bijna alle instellingen de opgave stuurden waaruit bleek dat ze daar was geweest. Dat heeft de Belastingdienst geaccepteerd en hebben we eindelijk de aftrek in de aangifte kunnen verwerken. Dat hele proces heeft een jaar geduurd. Dat kan ik doen doordat ik de tijd heb om er achteraan te zitten.’

Niet stilzitten

Dat blijft Du Pon doen totdat hij het lichamelijk en geestelijk niet meer kan. ‘Alhoewel ik daar nog niet aan moet denken. Ik weet zeker dat ik nog zo fit ben doordat ik nog werk en na moet denken. Ik ben de hele dag bezig, ik heb zelfs tijd te kort! De geest hangt samen met de lichamelijke gezondheid, daar ben ik van overtuigd. Gepensioneerden gaan achteruit omdat ze niets meer doen. Ik heb ook wel mijn gebreken hoor, maar ik heb geen rollator of kruk nodig en kan nog overal naar toe. Mocht het niet meer gaan, dan ga ik wel een cursus sokken stoppen volgen of vliegen op de computer. Dat is hartstikke leuk, maar ook heel ingewikkeld. Ik ben een man die niet stil kan zitten. Ik leef nog en ik blijf dit nog wel even doen.’

terug